Jullie moeten nu samen
Zoeken een nieuw begin
Dwars door een dal van tranen
Zo vol herinnering
Overlijdensgedichten – pagina 25
Geen woorden kunnen het beschrijven
de pijn die wij voelen om jou te moeten laten
gaan
De ongelijke strijd die jij moest strijden
al van het begin af aan
Geen woorden om het uit te leggen
hoe graag jij nog bij ons wilde zijn
Geen woorden kunnen het beschrijven
wat we voelen doet zo'n pijn
Strooi uit mijn as
voor alle winden
dat wat mijn lichaam was
de weg kan vinden
naar alles wat het eens beminde
naar wolk en zee
en zich daarmee verbinden
Steeds weer de herfst
steeds weer het bederf
Je leeft, maar onontkoombaar
dat je steeds weer sterft
Maar het moet
mens ben je
mens van vlees en bloed
Zeker, het wordt weer
lente, weer zomer
alles begint weer opnieuw
Maar sterven is sterven
en eens sterf je voorgoed
Zwevend over het strand
één zijn met het zand
één zijn met de zee
weer één zijn met z'n twee
Ik heb drie schatten
Die ik koester en behoed
De eerste is de liefde
De tweede tevredenheid
De derde bescheidenheid
"Samen tot aan de drempel"
Elke dag een stapje dichter naar het eind
Elke dag een beetje van je kracht verkleind
Elke dag wat zwaarder wat je torsen moest
Doch al wetend.... eens komt alles goed
Als je van iemand houdt
en je bent van diegene gescheiden
kan niets de leegte vullen
je moet dat niet proberen
maar het is ook een grote troost
want zolang de leegte werkelijk leeg blijft
blijf je daardoor met elkaar verbonden
Waarom jij, blijft een vraag
tot op de dag van vandaag
het gemis is niet te omschrijven
het verdriet doet pijn
maar het voelt goed dat zoveel mensen
meeleven en er voor ons zijn
Zo spreekt het koren tot het brood:
Wij waren klein en worden groot
Zo spreekt de regen tot het woud:
Wij waren jong en worden oud
Zo spreekt de wereld duizendvoud:
Wij waren sterk en worden oud
Zo kleurt de avond donkerrood
Zo roept de waterval de boot
Wij waren jong en we gaan dood
Zeven maal om de aarde te gaan
Als het zou moeten op handen en voeten
Zeven maal om die ene te begroeten
Zeven maal over de zeeën gaan
Schraal in de kleren, wat zou het ons deren
Konden uit de dood wij die éne maar keren
Het doet zo'n pijn, de machteloosheid, het
verdriet
het bevatten en geloven kunnen wij nog
steeds niet
het waarom en waarom jij doet er niet meer
toe
we moeten nu ook al zonder jou, maar weten
niet hoe
Een moeder is het mooiste wat je hebt gekend
afzien en hard werken was je gewend
maar deze ongelijke strijd kon je niet aan
en voor ons ben je te snel naar vader gegaan
Rust maar zacht, je hebt je best gedaan
weet dat je nooit uit onze gedachten zult gaan
Nu is voor haar de strijd gestreden
nu is voor haar de tocht volbracht
haar Vader die haar riep te komen
heeft haar nu bij de hand genomen
en veilig Thuis gebracht
We only part to meet again
though mighty boundless waves may sever
remembrance oft shall bring you near
and I will with you go forever
And oft at midnight's silent hour
when brilliant planets shall guide the ocean
your name shall rise to heaven's highest star
and mingle with my soul's devotion
Het zal nooit meer hetzelfde zijn
je glimlach
je woorden
je hele bestaan
zijn zomaar van mij weggenomen
plotseling weggegaan
Het zal nooit meer hetzelfde zijn
je thuis
je stoel
of je glas rode wijn
en zelfs ik
die zonder jou
nooit meer dezelfde zal zijn
Onze oma is nog helemaal niet oud
ze heeft een groot hart van goud
met haar blonde haren
grijze ogen om mee te staren
haar gezonde wangen
een ziel nog vol verlangen
natuurlijk haar rode lippen
aan zo'n oma kan toch niemand tippen?
Niets was te gek of te veel
ze deed volop met ons mee
dááág lieve oma, rust nu maar in vree!