Overlijdensgedicht: βWat vreemd dat jij er niet zult wezenβ
Wat vreemd dat jij er niet zult wezen
wanneer ik weer naar huis zal gaan
jij zult niet meer in de kamer staan
en mij omhelzen als voor dezen
Ik zal nooit meer, als je zat te slapen
boven een boek of boven de krant
het blad dat glipte uit jouw hand
glimlachend van de grond oprapen
Ik zal nooit jouw "goedenacht" meer horen
of het gestommel op de trap
wanneer jouw trage, moede stap
de morgenstilte kwam verstoren
O, die vertrouwde kleine dingen
die jij zo onopvallend deed
die zal ik missen, totdat dit leed
verstild is tot herinneringen
Vind je dit gedicht mooi? Geef het een hartje.
Meer overlijden & rouw gedichten
Je bent steeds
zo onbegrijpelijk
moedig geweest
je lichaam krachteloos
een gebroken riet
in de vensters van je ziel
lees ik
eindeloos verdriet
Woorden
schieten hopeloos tekort
slechts tranen
in stilte geschreid
verzachten soms
de bitterheid
om alles
wat je hier moet missen
Ik weet
geen antwoord
op je vragen
maar er is EΓ©n
die eens
alle tranen
van je ogen wil wissen
Zoals je geleefd hebt, zo ben je gegaan
standvastig en vol overgave
zo kom je op je bestemming aan
in de hemel, die veilige haven
De treurwilg laat zijn takken hangen
ik mijn hoofd...
Hij verliest zijn kleurrijke bladeren
ik mijn tranen...
We hebben veel gemeen
de treurwilg en ik...
Hij treurt uit gewoonte
en ik uit verdriet...
Nog nooit waren einde en begin
Voor ons zo met elkaar verweven
Intens gemis en stralend nieuw
Beide met liefde omgeven