Foei poes!
Wat moet ik,
toch met jou beginnen.......
je neemt mijn hele deken in beslag
Zodra je naar je eigen plaatsje moet,
draai jij ondeugend je kopje weg
en gaat rustig door met spinnen!
— Droomster
Mooie, leuke en grappige dieren gedichten over dieren of voor huisdieren en buiten dieren vind je hier bij Gedachten-gedichten.nl. De dieren gedichten gaan over huisdieren, dieren in de dierentuin, dieren in het bos, dierendag, vriendschap met (huis)dieren, maar ook over dierenmishandeling en dierenleed. Verder zijn er dan nog dieren gedichten over het overlijden van (huis)dieren en het afscheid nemen van (huis)dieren. Deze rubriek bevat gedichten in verschillende formaten, zowel lange dierengedichten als korte dieren gedichtjes, over uiteenlopende dieren als honden, katten, vissen, paarden, pony's, slangen, cavia's en konijnen. Kortom, gedichten genoeg...
Foei poes!
Wat moet ik,
toch met jou beginnen.......
je neemt mijn hele deken in beslag
Zodra je naar je eigen plaatsje moet,
draai jij ondeugend je kopje weg
en gaat rustig door met spinnen!
— Droomster
Kracht
De paarden renden in galop
Uitgelaten in de grote wei
Rennend, springend, vrij
Verleidden ze mij tot een stop
Ik keek naar hun kleuren
Zag de fiere manen staan
Trokken zij zich van mij iets aan
roken zij soms mensengeuren?
Ze gaan met snelle benen
Elegant over het veld vol gras
Slechts een moment dat ik er was
Maar dat beeld is nooit verdwenen
— JosΓ© van Rosmalen
Als dieren konden praten
Als dieren konden praten
Als dieren konden praten,
al was het maar voor even.
Wat blijft er dan nog over van de mens.
Of steken we daarna ons hoofd,
nog dieper in het zand.
En leven we voort,
in zogenaamde onwetendheid.
Dit laatste, is dat wat ons van dieren scheidt.
Zij leven in de pijn van de werkelijkheid,
iedere seconde van de dag.
— Ingrid van der Weegen
Poezen gedicht
Poezen gedicht
Heerlijk gewandeld
de hort op geweest
gejaagd op
een enkel klein beest.
Door m'n luikje
naar binnen gewipt.
Hier behaaglijk warm
waar mijn baasje nerveus
loopt te drentelen.
Zij lijkt wel doorgeflipt.
Zet nu mijn strategie in
geef haar kopjes
strijk langs haar benen
terwijl ik zachtjes spin.
Ze laat zich naar haar
stoel leiden en ploft erin.
Spring op haar schoot
en ga weer verder
met mijn gepaai
ik was immers nog maar
bij het begin!
— Droomster
hond
gevlekt gespierd en soms te veel
maar altijd trouwogend
trekkend naar geluk
om ooit te vinden
waar en wanneer ook hij weet het niet
altijd maar doorgaan
met of zonder pijn
stil liggen wachten op weer een nieuwe dag
alles van vooren en weder nog eens
totdat we weer saam zijn
dan is het goed
mag de nacht ook weer komen
tot het volgend ontwaken
en dan weer opnieuw
hoelang wil je doorgaan
hopelijk nog lang
nimmer zal vergeten nu niet en nooit
hondstrouwe blik gestippelde vriend
— Twan Hendriks
Pijnlijke mededeling
Pijnlijke mededeling
De visfilet was heerlijk
maar die wond in mijn keel
alsof de vis
mee wilde delen
wat het is....
— Coby Poelman - Duisterwinkel
De zwarte vogel
De zwarte vogel
zij hebben hun vogel opgetuigd
met toeters bellen en veel linten
vandaag vliegt hij uit
nog zijn de vleugels lang
maar de scharen van rancuneuzen
zullen hem snel kortwieken in zijn vliegen
breedsprakerig was zijn bek
nog vol met oude leuzen
het eerste piepen klinkt niet slecht
de hordes zijn weer neergestreken
na hun lange koninginnevlucht
de zwarte vogel is gebleven eenzaam in de lucht
— Wil Melker
Jij die zich gracieus voortbeweegt
Ik volg jou.
Ik aanbid jou.
Jij prachtige vlinder.
Jij die zich gracieus voortbeweegt.
Jij die mij zonder woorden vertelt,
in wat voor een wonderlijke wereld
ik leef.
— Ingrid van der Weegen
Witje ons konijn
lief wit konijn
wat zat je altijd fijn
voor de deur op wacht
na de lange nacht
stak ik buiten mijn voeten
dan kwam je me meteen begroeten
ging je niet meer van mijn zij
huppelde je blij
door onze tuin
al maakte je wel puin
overleefde geen enkele bloem
als ik je Witje noem
dan kwam je meteen
zo'n konijn was er maar een
acht lange jaren
hoe fijn die waren
is niet te beschrijven
je kon niet langer blijven
op een morgen zat je er niet
dat gaf ons veel verdriet
met liefde hebben we je begraven
nu zul je nooit meer draven
nooit meer eten aan de bloemen
Witje we blijven je roemen
— Marill Meijs
Nu is het zo stil.
Onze lieve hond Withny,
moegestreden en langzaam
van ons weggegleden.
Jij, die ons altijd zoveel
vreugde en blijdschap bracht.
Wij herinneren jou,
als een lieve hond die
ons altijd verwelkomde
met een zachte blaf.
De jeugdjaren met onze kinderen,
altijd vrolijk deelde.
De vriendschap die jij ons gaf.
Nu is het zo stil
Rust zacht lieve Withny.
— Droomster
Een witte dood
zag de
mieren vliegen
meeuwen zeilen
hemelhoog
een snelle wenk
onzichtbaar
vond gevleugeld
zwart een witte dood
waar warmte
eindelijk expansie gaf
en vrijheid los
van aarde was
gingen zij
met duizenden op
laatste vlucht de meeuwen
hebben dagenlang gerust
— Wil Melker
dieren
de leeuw is de koning
de olifant het grootst
de koe is soms heilig
varkens zijn om op te eten
maar niet door iedereen
de mier is de slaaf
de luis is het kleinst
de vlo is vaak lastig
mensen zijn vaak varkens
gelukkig niet iedereen
— Twan Hendriks
Als Het Roodborstje Laat Weten
Bij mij vlak voor het raam zie ik
dagelijks een mooi meisje gaan.
Die telkens rond van borst haar
Schoonheid langs mijn raam torst.
Ik kijk er vol bewondering naar en
beleef genoegen aan wat ik ervaar.
In vrijheid verlang ik naar een pleziertje
Met zo'n aardig diertje.
Wat zou ik graag bij haar willen zijn
En haar toespreken zonder uiterlijke
Schijn. Maar steeds als ik iets zeggen
Wil, besef ik dat ik woorden aan mijn
Lippen verspil.
Want voor ik het weet is mijn hoop vervlogen
En is haar silhouet langs mijn raam geschoven.
Teleurgesteld in mijn dag verzamel ik nieuwe
Moed. Ik verwacht haar morgen als het
Morgen moet.
Bij mij vlak voor het raam zie ik
dagelijks een mooi meisje gaan.
Morgen zet ik mijn raam op een kier
Als het roodborstje laat weten dat zij
Deelt in mijn plezier.
— Willem Bernardus Tijssen
Twee Eekhoorntjes
Zacht en klein;
Een prachtig rood bruine kleur;
Een vacht als goudbruine likeur.
Een sierlijke pluimstaart;
Wollig, fier recht omhoog, zo gewoon;
Springt hij op een tak in de boom.
Vlak voor mij op het pad
rent ook nummer twee;
Ze gaat met haar vriendje mee.
Razend snel en vrolijk
Rennen ze door het bos
Over het het pad en het zachte mos.
Klimmen kunnen ze als de beste,
Terwijl de zon schijnt
In het westen.
Men ziet ze bezig,
Heel handig met twee pootjes;
Daarmee eten ze hun dagelijkse portie nootjes.
Heel zacht en voorzichtig
Leg ik mijn eigen nootjes neer;
Wie weet, misschien komen ze dit keer.
Ik loop een stukje achteruit
en wacht tot dat ze beneden komen.
Ze stellen mij niet teleur en de buit wordt meegenomen.
Een schitterend schouwspel zo iets mee te maken.
twee eekhoorntjes in het bos
Die mijn nootjes kraken.
— Willem Bernardus Tijssen
Mijn maatje
een boemertje βn klein teefje
van al bijna veertien jaar
altijd speels en zachtaardig
een βecht maatjeβ noemde ik haar
Een kwaadaardig gezwel
ontwikkelde zich
Geen pijn enkel blij en
vol met levenslust het afgelopen jaar
Met angstige voorgevoelens
observeer ik onze kleine hond
gezwel groeit immers nu gestaag
dartelt nog altijd vrolijk in het rond
Niets zal mij weerhouden
voor de pijn komt haar te laten slapen
en al de mooie herinneringen
in stilte verder draag.
— Droomster
© Copyright 1996-2026