Niet te begrijpen, niet te bevatten
We hebben pas nog fijn gepraat
Het noodlot lijkt niet in te schatten
Wat is het toch snel te laat
— Rolf Captijn
Niet te begrijpen, niet te bevatten
We hebben pas nog fijn gepraat
Het noodlot lijkt niet in te schatten
Wat is het toch snel te laat
— Rolf Captijn
The party is over now....
We zijn in diepe rouw
Was dit nu echt jouw laatste lied
We zijn verslagen en vol verdriet
Bevoorrecht waren wij
om met jou het leven te mogen delen
De herinnering aan jouw goedheid en liefde
kan onze huidige wond helen
Zijn leven was een bont palet
Nog zoveel kleuren mogelijk
Zijn kwast viel plotseling stil
Wie geeft nu kleur aan ons leven?
Want wij houden zo van jou
Afscheid nemen wij niet
En het einde blijft nu open
Zoals jij het achterliet
Tot het laatst toe wilde je leven
door je sterke wil hiertoe gedreven
Je geest nog op volle kracht
maar over je lichaam had je geen macht
Die dag werd er een punt gezet
achter de volzin van zijn leven
maar wie geloven durft, die let
op het vervolg dat wordt geschreven
Met een lach en altijd vrolijk
liep jij door ons huisje heen
Door jouw onvermoeibare optimisme
bracht jij vreugde bij iedereen
Het is dan ook een hard gelag
nu jij hier niet meer bij ons bent
Jij blijft leven in onze gedachten
zoals wij jou hebben gekend
Voor ik was, wat ik nu ben
traag ondanks veel voetjes
Vele ben ik daarvan kwijt
en beweeg me zacht en zoetjes
Een zuchtje wind gelijk muziek
verplaatst mij zonder hinder
Dan zeg ik zachtjes "Dank o Heer"
nu kan ik dansen, ik ben een vlinder
Papa, jij was zo mooi als de zon
Ik dacht dat je nooit sterven kon
Waarom was je zo moe?
Kom ik ooit nog naar je toe?
We vinden je zo lief
Daarom deze brief
Het kwam zo onverwacht
Papa, je had zoveel kracht
— Tom van Thienen
Er gaat geen dag voorbij
dat ik niet denk aan jou
gescheiden van mijn lief
van degene van wie ik hou
's nachts lig ik alleen
en probeer ik te dromen
van die hele fijne dag
dat we weer bij elkaar komen
Ik tel af
want eens komt de dag
dat ik je weer
in mijn armen sluiten mag
Daar zijn in 't leven ogenblikken
Zo bitter, dat geen woord ze klaagt
Als eenzaamheden de ziel verschrikken
En niemand die het met ons draagt
Dan zijn al 's levens heerlijkheden
Verwaaid, als kaf uit de open hand
En blijft alleen een reed'loos hopen
Als eenzaam lichtje in donker land
— Leen Rausch
Je kruipt niet langer op het land
dansend gaan je vleugels
je landt in bloemen
en in licht
je schittert
wat een mooi gezicht
een bloem boven de heuvels
Ik zie nog in de verte
het kleine vlammetje branden
heel zachtjes
heel zwak
maar ik zie het nog
Hoewel die kaars
al een tijdje geleden doofde
ze leek eindeloos te branden
maar ze smolt weg
Zo traag dat het amper te zien was
en zo traag het einde toen kwam
zo snel was het er nu
Maar het echte einde zal pas komen
als ik dat vlammetje niet meer zal zien
jouw vlammetje....
In haar dromen zag zij deze mooie tuin
ergens in het Oosten
Hoge bomen waakten dag en nacht
hun bladeren zorgden voor schaduw
en vogels vonden er onderdak
Overal stonden
bloemen
nooit had zij zoveel kleuren gezien
De rozen geurden en verderop de jasmijn
"Hoe komt het toch" dacht zij
dat ik haar nooit eerder heb gezien
dat mijn ogen gesloten bleven voor zoveel
schoonheid
Vanuit de verte
werd zij geroepen:
er wenkte iemand
zij kon niet zien wie
Dan voelde zij
hoe zij er
zacht en teder
naartoe getrokken werd
Zij verweerde zich
niet
waarom zou zij
het was hier mooi
zo licht, zo vredig
En juist op dat
moment
dat zij die passeerde
hoorde zij een vertrouwde stem
"hier mag je rusten, Welkom thuis"
© Copyright 1996-2026