Dieren gedicht: βDe zwarte vogelβ
De zwarte vogel
zij hebben hun vogel opgetuigd
met toeters bellen en veel linten
vandaag vliegt hij uit
nog zijn de vleugels lang
maar de scharen van rancuneuzen
zullen hem snel kortwieken in zijn vliegen
breedsprakerig was zijn bek
nog vol met oude leuzen
het eerste piepen klinkt niet slecht
de hordes zijn weer neergestreken
na hun lange koninginnevlucht
de zwarte vogel is gebleven eenzaam in de lucht
— Wil Melker
Meer dieren gedichten
Foei poes
Foei poes!
Wat moet ik,
toch met jou beginnen.......
je neemt mijn hele deken in beslag
Zodra je naar je eigen plaatsje moet,
draai jij ondeugend je kopje weg
en gaat rustig door met spinnen!
— Droomster
Poezen gedicht
Poezen gedicht
Heerlijk gewandeld
de hort op geweest
gejaagd op
een enkel klein beest.
Door m'n luikje
naar binnen gewipt.
Hier behaaglijk warm
waar mijn baasje nerveus
loopt te drentelen.
Zij lijkt wel doorgeflipt.
Zet nu mijn strategie in
geef haar kopjes
strijk langs haar benen
terwijl ik zachtjes spin.
Ze laat zich naar haar
stoel leiden en ploft erin.
Spring op haar schoot
en ga weer verder
met mijn gepaai
ik was immers nog maar
bij het begin!
— Droomster
hond
gevlekt gespierd en soms te veel
maar altijd trouwogend
trekkend naar geluk
om ooit te vinden
waar en wanneer ook hij weet het niet
altijd maar doorgaan
met of zonder pijn
stil liggen wachten op weer een nieuwe dag
alles van vooren en weder nog eens
totdat we weer saam zijn
dan is het goed
mag de nacht ook weer komen
tot het volgend ontwaken
en dan weer opnieuw
hoelang wil je doorgaan
hopelijk nog lang
nimmer zal vergeten nu niet en nooit
hondstrouwe blik gestippelde vriend
— Twan Hendriks
Cecil De Leeuw
Mijn naam was Cecil de Leeuw.
Een jagende tandarts schoot mij
Recentelijk dood. Het was hem
Niet om mijn tanden begonnen.
Maar meer om het doden zonder
Enige nood.
Mijn huid, mijn leven zou zijn
Zijn trofee; een tandarts met
Leeuwenmoed dood zoals een
Man dat doet, was zo zijn idee.
Een tandarts kon mij wel schieten;
Maar morgen zal ik de winnaar zijn,
Wanneer een einde aan de jagersdroom
Vanuit van Zimbabwe voor eeuwig zal zijn.
— Willem Bernardus Tijssen