Witje ons konijn
lief wit konijn
wat zat je altijd fijn
voor de deur op wacht
na de lange nacht
stak ik buiten mijn voeten
dan kwam je me meteen begroeten
ging je niet meer van mijn zij
huppelde je blij
door onze tuin
al maakte je wel puin
overleefde geen enkele bloem
als ik je Witje noem
dan kwam je meteen
zo'n konijn was er maar een
acht lange jaren
hoe fijn die waren
is niet te beschrijven
je kon niet langer blijven
op een morgen zat je er niet
dat gaf ons veel verdriet
met liefde hebben we je begraven
nu zul je nooit meer draven
nooit meer eten aan de bloemen
Witje we blijven je roemen
— Marill Meijs
Vind je dit gedicht mooi? Geef het een hartje.
Meer dieren gedichten
Als dieren konden praten
Als dieren konden praten,
al was het maar voor even.
Wat blijft er dan nog over van de mens.
Of steken we daarna ons hoofd,
nog dieper in het zand.
En leven we voort,
in zogenaamde onwetendheid.
Dit laatste, is dat wat ons van dieren scheidt.
Zij leven in de pijn van de werkelijkheid,
iedere seconde van de dag.
— Ingrid van der Weegen
gevlekt gespierd en soms te veel
maar altijd trouwogend
trekkend naar geluk
om ooit te vinden
waar en wanneer ook hij weet het niet
altijd maar doorgaan
met of zonder pijn
stil liggen wachten op weer een nieuwe dag
alles van vooren en weder nog eens
totdat we weer saam zijn
dan is het goed
mag de nacht ook weer komen
tot het volgend ontwaken
en dan weer opnieuw
hoelang wil je doorgaan
hopelijk nog lang
nimmer zal vergeten nu niet en nooit
hondstrouwe blik gestippelde vriend
— Twan Hendriks
Een steun voor mij in voor en tegenspoed.
Is blij als ik thuis kom iedere dag weer.
Begroet me vrolijk met een blije snoet,
loopt kwispelend achter me aan.
Het enige wat zij graag van mij wil,
is een lekker eind met haar wandelen gaan.
— Droomster
De kat zit voor de bank
zijn ogen dicht
de borstkas ritmisch wiegend
luistert hij ademloos
naar licht klassiek
oud geworden
onder zang,
pianospel en koormuziek.
EΓ©n instrument
kan hem niet echt bekoren
bij het geluid van blokfluit
pletten zich de oren
zijn ogen staan verstoord
hij poogt er mauwend
bovenuit te komen
een sprong beΓ«indigt
hoge tonen.
Stil ligt de fluit
op het velours,
de kat, zijn naam is HΓ€ndel,
hervat zijn slaapje
op de zonverwarmde vloer.
— Coby Poelman - Duisterwinkel