Dieren gedicht: ‘Kracht’
De paarden renden in galop
Uitgelaten in de grote wei
Rennend, springend, vrij
Verleidden ze mij tot een stop
Ik keek naar hun kleuren
Zag de fiere manen staan
Trokken zij zich van mij iets aan
roken zij soms mensengeuren?
Ze gaan met snelle benen
Elegant over het veld vol gras
Slechts een moment dat ik er was
Maar dat beeld is nooit verdwenen
— José van Rosmalen
Vind je dit gedicht mooi? Geef het een hartje.
Past hierbij — meer dieren
Blindengeleidehond
Een blindeman wandelt met aan het andere eind
Van de lijn een hondje dat zijn geleider moet zijn.
Het hondje is misschien in grootte nogal klein,
Maar in zijn grootsheid is het zoals het moet zijn.
Het heeft geen woorden, het kan niet praten,
Maar zijn gevoel geleidt de blinde door alle straten.
Het hondje ziet waarin het zijn baas geleiden kan,
En het vermijdt gevaren zo goed het oordelen kan.
Zo vindt de viervoeter in een gehandicapt
mensenbestaan een zeer gewaardeerde
Hondenbaan.
— Willem Bernardus Tijssen
Nu is het zo stil.
Onze lieve hond Withny,
moegestreden en langzaam
van ons weggegleden.
Jij, die ons altijd zoveel
vreugde en blijdschap bracht.
Wij herinneren jou,
als een lieve hond die
ons altijd verwelkomde
met een zachte blaf.
De jeugdjaren met onze kinderen,
altijd vrolijk deelde.
De vriendschap die jij ons gaf.
Nu is het zo stil
Rust zacht lieve Withny.
— Droomster
Als Het Roodborstje Laat Weten
Bij mij vlak voor het raam zie ik
dagelijks een mooi meisje gaan.
Die telkens rond van borst haar
Schoonheid langs mijn raam torst.
Ik kijk er vol bewondering naar en
beleef genoegen aan wat ik ervaar.
In vrijheid verlang ik naar een pleziertje
Met zo'n aardig diertje.
Wat zou ik graag bij haar willen zijn
En haar toespreken zonder uiterlijke
Schijn. Maar steeds als ik iets zeggen
Wil, besef ik dat ik woorden aan mijn
Lippen verspil.
Want voor ik het weet is mijn hoop vervlogen
En is haar silhouet langs mijn raam geschoven.
Teleurgesteld in mijn dag verzamel ik nieuwe
Moed. Ik verwacht haar morgen als het
Morgen moet.
Bij mij vlak voor het raam zie ik
dagelijks een mooi meisje gaan.
Morgen zet ik mijn raam op een kier
Als het roodborstje laat weten dat zij
Deelt in mijn plezier.
— Willem Bernardus Tijssen