Mijn maatje
een boemertje ‘n klein teefje
van al bijna veertien jaar
altijd speels en zachtaardig
een ‘echt maatje’ noemde ik haar
Een kwaadaardig gezwel
ontwikkelde zich
Geen pijn enkel blij en
vol met levenslust het afgelopen jaar
Met angstige voorgevoelens
observeer ik onze kleine hond
gezwel groeit immers nu gestaag
dartelt nog altijd vrolijk in het rond
Niets zal mij weerhouden
voor de pijn komt haar te laten slapen
en al de mooie herinneringen
in stilte verder draag.
— Droomster
Vind je dit gedicht mooi? Geef het een hartje.
Meer dieren gedichten
Poezen gedicht
Heerlijk gewandeld
de hort op geweest
gejaagd op
een enkel klein beest.
Door m'n luikje
naar binnen gewipt.
Hier behaaglijk warm
waar mijn baasje nerveus
loopt te drentelen.
Zij lijkt wel doorgeflipt.
Zet nu mijn strategie in
geef haar kopjes
strijk langs haar benen
terwijl ik zachtjes spin.
Ze laat zich naar haar
stoel leiden en ploft erin.
Spring op haar schoot
en ga weer verder
met mijn gepaai
ik was immers nog maar
bij het begin!
— Droomster
Mijn naam was Cecil de Leeuw.
Een jagende tandarts schoot mij
Recentelijk dood. Het was hem
Niet om mijn tanden begonnen.
Maar meer om het doden zonder Enige nood.
Mijn huid, mijn leven zou zijn
Zijn trofee; een tandarts met
Leeuwenmoed dood zoals een
Man dat doet, was zo zijn idee.
Een tandarts kon mij wel schieten;
Maar morgen zal ik de winnaar zijn,
Wanneer een einde aan de jagersdroom
Vanuit van Zimbabwe voor eeuwig zal zijn.
— Willem Bernardus Tijssen
Een zangvogel rondde zijn vlucht
om de aarde. Iedere dag luisterde
Het mijn dag op met zijn wellustig gezang.
Op een dag vloog het van mij weg
En bij het strekken van zijn vleugels
Wist ik mijn zangvogel gaat weg
Voor eeuwig lang. En ik voelde
Bezit heeft geen enkele waarde,
Wanneer je je vriend verliest op aarde.
Maar mijn zangvogel verloor niet
Zijn plaats onder het eeuwige licht.
Op de vleugels van de wind kwam het
Van verre en bereikte het een land
Als op een vergezicht. Het vond er zijn
Plaats tussen een flora in prachtige kleuren.
Het vond er zijn vrede tussen het fauna onder
De zon. Het wist er het paradijs met zijn gezang
Op te beuren en dolende zielen te winnen,
Zoals het ooit de mijne won.
En als het eens stil is om mij heen,
Hoor ik mijn zangvogel in gedachte
Fluiten. En weet dat er ergens buiten
Vanuit een ver exotisch land een zangvogel
Ergens dicht bij mijn ziel is aangeland
— Willem Bernardus Tijssen
Ik ben uw hond die zonder verdere vragen
Uw vriend wil zijn in alle dagen. Met mijn
Trouwe ogen kijk ik u altijd aan en nimmer
Ziet u in mij de ondankbare hond opstaan.
Ik ben uw hond die zonder te klagen
Ook op hondse dagen zijn hondenbaan
Wil dragen. Met u ga ik door de lange
Of door de korte bocht, neem ik u driemaal
Daags mee uit op uw noodwendige tocht.
Ik ben uw hond die bereid is uw werelds leed
Een stukje mee te dragen; die met zijn hondenneus
uw onraad ruikt in uw moeilijke levensdagen. Met
Compassie vraag ik u uw hond niet met uw stok te
slaan, maar hem te respecteren om zijn hondenbaan.
Ook al behandelt u mij honds en anders dan
Humaan; van geen enkel ander ondervindt u
Zo'n oprechte troost In uw bestaan. Als uw
Verlangen naar vriendschap aan u gaat knagen,
Vangt u bij mij geen bot , maar past uw
Hond als een een deksel op uw pot die
met u omgaat in al uw dagen.
— Willem Bernardus Tijssen