Twee Eekhoorntjes
Zacht en klein;
Een prachtig rood bruine kleur;
Een vacht als goudbruine likeur.
Een sierlijke pluimstaart;
Wollig, fier recht omhoog, zo gewoon;
Springt hij op een tak in de boom.
Vlak voor mij op het pad
rent ook nummer twee;
Ze gaat met haar vriendje mee.
Razend snel en vrolijk
Rennen ze door het bos
Over het het pad en het zachte mos.
Klimmen kunnen ze als de beste,
Terwijl de zon schijnt
In het westen.
Men ziet ze bezig,
Heel handig met twee pootjes;
Daarmee eten ze hun dagelijkse portie nootjes.
Heel zacht en voorzichtig
Leg ik mijn eigen nootjes neer;
Wie weet, misschien komen ze dit keer.
Ik loop een stukje achteruit
en wacht tot dat ze beneden komen.
Ze stellen mij niet teleur en de buit wordt meegenomen.
Een schitterend schouwspel zo iets mee te maken.
twee eekhoorntjes in het bos
Die mijn nootjes kraken.
— Willem Bernardus Tijssen
Vind je dit gedicht mooi? Geef het een hartje.
Meer dieren gedichten
lijkt het
of de wereld
niet meer draait
Dat enkel donkere wolken
zich samenpakken
een ijzeren hand
mijn hart
aan stukken graait
Nog voor heel even
lig je in m'n armen
en kijkt me met
droeve kraaloogjes aan
Voel je zachte adem stokken
pijn is nu weldra gedaan
rustig mag je slapen gaan.
— Droomster
Daags na jouw overlijden
zag en voelde ik
slechts twee pootafdrukjes in mijn bed.
Nog voordat jij je volgende stapje zetten zou
heb ik, vliegensvlug, jouw mandje
terug gezet.
— Ingrid van der Weegen
bindt mij niet vast
al ben ik voor jou een last
mijn vleugels wil ik uitslaan
om de weide wereld in te gaan
wanneer mag ik boeken
om mijn Valken familie te bezoeken
laat me nu maar los
al veel te lang mis ik mijn bos
maar dat is het ergste niet
mijn stilste verdriet
zal ik je bekennen
is........
dat ik misschien nooit meer kan wennen
aan mijn natuurlijk bestaan
wat heb je met mij gedaan
— Marill Meijs
Ik ben uw hond die zonder verdere vragen
Uw vriend wil zijn in alle dagen. Met mijn
Trouwe ogen kijk ik u altijd aan en nimmer
Ziet u in mij de ondankbare hond opstaan.
Ik ben uw hond die zonder te klagen
Ook op hondse dagen zijn hondenbaan
Wil dragen. Met u ga ik door de lange
Of door de korte bocht, neem ik u driemaal
Daags mee uit op uw noodwendige tocht.
Ik ben uw hond die bereid is uw werelds leed
Een stukje mee te dragen; die met zijn hondenneus
uw onraad ruikt in uw moeilijke levensdagen. Met
Compassie vraag ik u uw hond niet met uw stok te
slaan, maar hem te respecteren om zijn hondenbaan.
Ook al behandelt u mij honds en anders dan
Humaan; van geen enkel ander ondervindt u
Zo'n oprechte troost In uw bestaan. Als uw
Verlangen naar vriendschap aan u gaat knagen,
Vangt u bij mij geen bot , maar past uw
Hond als een een deksel op uw pot die
met u omgaat in al uw dagen.
— Willem Bernardus Tijssen