Dieren gedicht: βhondβ
gevlekt gespierd en soms te veel
maar altijd trouwogend
trekkend naar geluk
om ooit te vinden
waar en wanneer ook hij weet het niet
altijd maar doorgaan
met of zonder pijn
stil liggen wachten op weer een nieuwe dag
alles van vooren en weder nog eens
totdat we weer saam zijn
dan is het goed
mag de nacht ook weer komen
tot het volgend ontwaken
en dan weer opnieuw
hoelang wil je doorgaan
hopelijk nog lang
nimmer zal vergeten nu niet en nooit
hondstrouwe blik gestippelde vriend
— Twan Hendriks
Vind je dit gedicht mooi? Geef het een hartje.
Meer dieren gedichten
de leeuw is de koning
de olifant het grootst
de koe is soms heilig
varkens zijn om op te eten
maar niet door iedereen
de mier is de slaaf
de luis is het kleinst
de vlo is vaak lastig
mensen zijn vaak varkens
gelukkig niet iedereen
— Twan Hendriks
Tussen het groen verborgen
in de kleurige klimop
'n Broedende merel
gezinnetje in de dop
Onbewust
het naderend gevaar
'n Scherploerende blik
van 'n sluipmoordenaar
Door moederlijke warmte
vredig omringd
Pa merel fluitend
zijn wiegenliedje zingt
Tot kille wreedheid
genadeloos toeslaat
Op de vlucht slaan
jammerlijk te laat
Worden angstige kreten
en 'n uiteengereten nest
Harde getuigen
van wat nog rest
— Dichterbij
bindt mij niet vast
al ben ik voor jou een last
mijn vleugels wil ik uitslaan
om de weide wereld in te gaan
wanneer mag ik boeken
om mijn Valken familie te bezoeken
laat me nu maar los
al veel te lang mis ik mijn bos
maar dat is het ergste niet
mijn stilste verdriet
zal ik je bekennen
is........
dat ik misschien nooit meer kan wennen
aan mijn natuurlijk bestaan
wat heb je met mij gedaan
— Marill Meijs
Ik ben uw hond die zonder verdere vragen
Uw vriend wil zijn in alle dagen. Met mijn
Trouwe ogen kijk ik u altijd aan en nimmer
Ziet u in mij de ondankbare hond opstaan.
Ik ben uw hond die zonder te klagen
Ook op hondse dagen zijn hondenbaan
Wil dragen. Met u ga ik door de lange
Of door de korte bocht, neem ik u driemaal
Daags mee uit op uw noodwendige tocht.
Ik ben uw hond die bereid is uw werelds leed
Een stukje mee te dragen; die met zijn hondenneus
uw onraad ruikt in uw moeilijke levensdagen. Met
Compassie vraag ik u uw hond niet met uw stok te
slaan, maar hem te respecteren om zijn hondenbaan.
Ook al behandelt u mij honds en anders dan
Humaan; van geen enkel ander ondervindt u
Zo'n oprechte troost In uw bestaan. Als uw
Verlangen naar vriendschap aan u gaat knagen,
Vangt u bij mij geen bot , maar past uw
Hond als een een deksel op uw pot die
met u omgaat in al uw dagen.
— Willem Bernardus Tijssen