Direct naar de inhoud

Dieren gedicht: β€˜Als dieren konden praten’

Als dieren konden praten

Als dieren konden praten,
al was het maar voor even.
Wat blijft er dan nog over van de mens.

Of steken we daarna ons hoofd,
nog dieper in het zand.
En leven we voort,
in zogenaamde onwetendheid.

Dit laatste, is dat wat ons van dieren scheidt.
Zij leven in de pijn van de werkelijkheid,
iedere seconde van de dag.

— Ingrid van der Weegen

Meer dieren gedichten

Witje ons konijn

lief wit konijn
wat zat je altijd fijn
voor de deur op wacht
na de lange nacht

stak ik buiten mijn voeten
dan kwam je me meteen begroeten
ging je niet meer van mijn zij
huppelde je blij
door onze tuin
al maakte je wel puin
overleefde geen enkele bloem
als ik je Witje noem
dan kwam je meteen
zo'n konijn was er maar een

acht lange jaren
hoe fijn die waren
is niet te beschrijven
je kon niet langer blijven
op een morgen zat je er niet
dat gaf ons veel verdriet
met liefde hebben we je begraven
nu zul je nooit meer draven
nooit meer eten aan de bloemen
Witje we blijven je roemen

— Marill Meijs

Bekijk

Cecil De Leeuw

Mijn naam was Cecil de Leeuw.
Een jagende tandarts schoot mij
Recentelijk dood. Het was hem
Niet om mijn tanden begonnen.
Maar meer om het doden zonder
Enige nood.

Mijn huid, mijn leven zou zijn
Zijn trofee; een tandarts met
Leeuwenmoed dood zoals een
Man dat doet, was zo zijn idee.

Een tandarts kon mij wel schieten;
Maar morgen zal ik de winnaar zijn,
Wanneer een einde aan de jagersdroom
Vanuit van Zimbabwe voor eeuwig zal zijn.

— Willem Bernardus Tijssen

Bekijk

Mijn Zangvogel

Een zangvogel rondde zijn vlucht
om de aarde. Iedere dag luisterde
Het mijn dag op met zijn wellustig gezang.
Op een dag vloog het van mij weg
En bij het strekken van zijn vleugels
Wist ik mijn zangvogel gaat weg
Voor eeuwig lang. En ik voelde
Bezit heeft geen enkele waarde,
Wanneer je je vriend verliest op aarde.

Maar mijn zangvogel verloor niet
Zijn plaats onder het eeuwige licht.
Op de vleugels van de wind kwam het
Van verre en bereikte het een land
Als op een vergezicht. Het vond er zijn
Plaats tussen een flora in prachtige kleuren.
Het vond er zijn vrede tussen het fauna onder
De zon. Het wist er het paradijs met zijn gezang
Op te beuren en dolende zielen te winnen,
Zoals het ooit de mijne won.

En als het eens stil is om mij heen,
Hoor ik mijn zangvogel in gedachte
Fluiten. En weet dat er ergens buiten
Vanuit een ver exotisch land een zangvogel
Ergens dicht bij mijn ziel is aangeland

— Willem Bernardus Tijssen

Bekijk

Klinkt In Heldere Vogeltaal

Wie zit daar hoog in de bomen
Van een zangcarriere te dromen?
Wie ziet zich nu al reeds staan
Op een podium in de scala te Milaan?
Wie produceert 's ochtends vroeg uit
gouden keel de hoogste noot?
Wie wekt wat leeft tussen boomkruin
En op de waterlelies in een boerensloot?

Is het de spreeuw, mees of leeuwerik?
Is het de duif, uil of zwezerik?
Nu, hoog op tak zie je haar voorover
Buigen; klinkt in heldere vogeltaal
De zuivere ochtend roep van de nachtegaal,
Die zich voorneemt dat wat leeft tussen
Boomkruin en boerensloot van haar kunnen
Te overtuigen; in haar exercitie van toonladders
En vooroverbuigen.

Ja, hoog op de tak treedt
Zij reeds op; in ware verrukking voert
Zij zichzelf naar de top. Zij die van
Eigen kunnen zo bewust de wereld in
Vrede wakker kust.

— Willem Bernardus Tijssen

Bekijk