Direct naar de inhoud

Dierengedichten – pagina 2

Filter: Lang (15)

Mussen

ergens hoor ik leven
met mijn hoofd geheven
kijk ik rond
gescharrel op de grond
twee mussen
het lijkt of ze kussen

schijn bedriegt
de een vliegt
naar een hoge boom
de ander blijft sloom
wachten
smachten

dan komt hij terug
geeft dan vlug
wat voer in de bek
van de jonge mus
die had wel trek
het leek wel een kus

— Marill Meijs

Bekijk

Cecil De Leeuw

Mijn naam was Cecil de Leeuw.
Een jagende tandarts schoot mij
Recentelijk dood. Het was hem
Niet om mijn tanden begonnen.
Maar meer om het doden zonder Enige nood.

Mijn huid, mijn leven zou zijn
Zijn trofee; een tandarts met
Leeuwenmoed dood zoals een
Man dat doet, was zo zijn idee.

Een tandarts kon mij wel schieten;
Maar morgen zal ik de winnaar zijn,
Wanneer een einde aan de jagersdroom
Vanuit van Zimbabwe voor eeuwig zal zijn.

— Willem Bernardus Tijssen

Bekijk

spinnen in de leegte

ik heb mijn handen
in het web gestoken
de spinnen hebben
lont geroken, rennen
nu als gekken met
hun lange poten
over stukken lijn
die niet gebroken zijn

ze kunnen mij bereiken
op de levensdraad
de andere heb ik
met mijn vingers
snel kapot gemaakt
ik zie ze komen, een
horde zwarte dromen
kijk hoe vlug het gaat

één voor één laat
ik ze schrikken
zonder kikken zullen
ze gaan hikken
het vertikken zich
te schikken in de
leegte van het web
laat ze maar stikken

— Wil Melker

Bekijk

Apen Zijn Net Als Mensen

Apen en mensen.
Mensen en apen.
Mensapen misschien?
Aapmensen als ik beter zou zien?
Mensen willen zo graag op apen lijken
Achter hun rivieren en achter hun dijken.
Een mens ziet de aap door zijn eigen bril.
Een brilaap ziet de mens zoals die zelf wil.

Mensen gedragen zich soms als apen,
Zodat je denkt dat ze de aap naapen.
Heeft god ons geschapen naar eigen beeld?;
En de aap aan ons gegeven,
Opdat de mens zich niet verveeld?
Heeft Darwin de mens bij de aap ingedeeld,
Omdat door de evolutie zoveel eigenschappen worden gedeeld?

Apen zijn soms net als mensen.
Mensen hebben soms apenwensen.
De mens brult om een broodje aap.
De brulaap handelt primair, recht voor zijn raap.
Een mens is vaak apetrots,
En lijkt op een baviaan, wanneer die zich klopt op zijn borst.

Mensen kijken graag naar apen.
Het lijkt een waarheid voor het oprapen.
Heeft God ons geschapen naar zijn eigen beeld;
En bij de schepping iets van de aap aan ons toebedeeld?
Heeft Darwin zich zo kunnen vergissen?;
Want volgens hem stamt de mensaap af van de vissen.

Apen en mensen.
Mensen en apen.
Aapmensen misschien?;
Mensapen als je de mens beter zou zien?
Wanneer een mens zijn spiegelbeeld ziet,
Komt er een aap uit de mouw;
Hij ziet dan de aap in zichzelf,
En denkt wat lijk ik op jou.

— Willem Bernardus Tijssen

Bekijk

Witte paarden op zondag.
Witte paarden in de wei.
Witte paarden van de zonden.
Zonder zorgen zoeken zij.

Witte paarden van verboden vruchten.
Witte paarden van verliefdheid niet vrij.
Witte paarden plukken ongebonden;
Van verboden vruchten houden zij.

Witte paarden briesen bruisend.
Witte paarden blijven blij.
Witte paarden zoeken prinsen.
Prijzenswaardig pretentieus pronken zij.

Witte paarden op zondag.
Witte paarden in de wei.
Witte paarden witte wanen.
Wonderschone wijven blijven zij.

Witte paarden op zondag.
Wilde wijven in de wei.
Witte wanen worden werkelijkheid;
Morgen misschien ook voor mij.

— Willem Bernardus Tijssen

Bekijk

Nog heel even

lijkt het
of de wereld
niet meer draait
Dat enkel donkere wolken
zich samenpakken
een ijzeren hand
mijn hart
aan stukken graait

Nog voor heel even
lig je in m'n armen
en kijkt me met
droeve kraaloogjes aan
Voel je zachte adem stokken
pijn is nu weldra gedaan
rustig mag je slapen gaan.

— Droomster

Bekijk

Mijn Zangvogel

Een zangvogel rondde zijn vlucht
om de aarde. Iedere dag luisterde
Het mijn dag op met zijn wellustig gezang.
Op een dag vloog het van mij weg
En bij het strekken van zijn vleugels
Wist ik mijn zangvogel gaat weg
Voor eeuwig lang. En ik voelde
Bezit heeft geen enkele waarde,
Wanneer je je vriend verliest op aarde.

Maar mijn zangvogel verloor niet
Zijn plaats onder het eeuwige licht.
Op de vleugels van de wind kwam het
Van verre en bereikte het een land
Als op een vergezicht. Het vond er zijn
Plaats tussen een flora in prachtige kleuren.
Het vond er zijn vrede tussen het fauna onder
De zon. Het wist er het paradijs met zijn gezang
Op te beuren en dolende zielen te winnen,
Zoals het ooit de mijne won.

En als het eens stil is om mij heen,
Hoor ik mijn zangvogel in gedachte
Fluiten. En weet dat er ergens buiten
Vanuit een ver exotisch land een zangvogel
Ergens dicht bij mijn ziel is aangeland

— Willem Bernardus Tijssen

Bekijk

Klinkt In Heldere Vogeltaal

Wie zit daar hoog in de bomen Van een zangcarriere te dromen? Wie ziet zich nu al reeds staan Op een podium in de scala te Milaan? Wie produceert 's ochtends vroeg uit gouden keel de hoogste noot? Wie wekt wat leeft tussen boomkruin En op de waterlelies in een boerensloot?

Is het de spreeuw, mees of leeuwerik? Is het de duif, uil of zwezerik? Nu, hoog op tak zie je haar voorover Buigen; klinkt in heldere vogeltaal De zuivere ochtend roep van de nachtegaal, Die zich voorneemt dat wat leeft tussen Boomkruin en boerensloot van haar kunnen Te overtuigen; in haar exercitie van toonladders En vooroverbuigen.

Ja, hoog op de tak treedt Zij reeds op; in ware verrukking voert Zij zichzelf naar de top. Zij die van Eigen kunnen zo bewust de wereld in Vrede wakker kust.

— Willem Bernardus Tijssen

Bekijk

Het Circuspaard

Koninklijk schudt het paard zijn manen
En overziet het de piste bij een hooggewaardeerd.
Het paradeert door de arena en overtuigt het publiek
Van zijn kunnen, zoals het heeft geleerd. Het springt
Door een hoepel, over de laatste hindernis en draaft
Spoorslags naar zijn stal ten einde van een belevenis.

Nog eenmaal ziet het om naar zijn publiek
Schudt het zijn manen met een edele chique.
Zo geeft het drie maal daags acte de presence
Op de passen van zijn paardendans. Blijft het
Trots excelleren; het publiek zal het blijvend waarderen.

Want het beste paard staat niet graag op stal;
Het wil blijven excelleren voor een publiek in duizendtal.

— Willem Bernardus Tijssen

Bekijk

Dierenleed

Een leeuw brult in de nacht,
Als hij getart wordt in zijn kracht.
Is hij in het oerwoud de laatste der Mohikanen?
Een koning zonder onderdanen?
Al spoedig dooft zijn ster, als het schot
Van de jager klinkt van ver.

Een olifant trompettert luid,
Als zijn rust verstoord wordt om
slagtanden of huid. Is hij te groot
Voor de kast met het aardse porselein?;
Een relikwie waarover de mens meester moet zijn?
Al spoedig blaast hij zijn laatste adem uit,
Als hij geveld wordt door een dodelijke spuit.

Een chimpansee lacht zijn tanden bloot,
Als zij gefilmd wordt voor een apennoot.
Is zij het clowneske menselijke evenbeeld; Een
Spiegel die om zijn menselijke trekken niet verveelt.
Al spoedig verandert haar lach in een grimas,
Als zij merkt dat het haar laatste optreden was.

Is het de mens die het hardste brult?;
Die zich in dierenhuiden hult?
Is het de mens die met zijn aardgenoten speelt?;
Die van alles neemt en nimmer deelt?
In het dierenrijk lijkt zijn almacht groot; tot dat
De slang hem aan zijn laatste maaltijd noodt.

— Willem Bernardus Tijssen

Bekijk

Een Leeuwendeel

De manen van een leeuw maken hem
Groter en markanter, tegelijk ook
Interessanter; ze accentueren de volheid
Van zijn vacht, geven hem iets van zijn
Mannelijke Kracht. Ze kronen hem tot koning van
De Dieren en geven hem iets extra's om te
Vieren.

Dat wat de leeuwin mist, heeft de natuur de
Leeuw niet betwist. Zijn het de manen die
Hem de legitimiteit verschaffen om in de natuur
Een winnaar te zijn?; hem hebben uitverkoren
Uit te groeien tot een icoon van volkeren
Groot en klein?

Zo wapperen zijn manen fier op vaandel en
Vlag tot glorie van menig natie en uiterlijk gezag.

— Willem Bernardus Tijssen

Bekijk

Och vlinder met je bonte kleuren
zou je mij a.u.b. op willen beuren
om te zweven op jouw vleugels
licht en in vrijheid zonder teugels
van bloem tot bloem en hemelblauw
ver weg van al wat mij hier verdriet
och zonnevlinder kom toch gauw
vergeet mij niet” ik wacht op jouw”.

— Mathilda van Bentum-Hofker

Bekijk

De Bijenkoningin

Een bijenkoningin heeft een kort leven.
Zij produceert duizenden eieren per jaar.
Zo houdt zij de kolonie in het leven;
De werksters zorgen voor haar.

De mannelijke darren en de vrouwelijke
Werksters zijn haar onderdanen de twee
Jaar dat zij leeft. Als in het voorjaar de oude
Werksters sterven staat er een nieuwe lichting
klaar die haar vertroetelt en ondersteuning geeft.

Is de oude koningin gestorven, dan moet er
Reeds een nieuwe koningin zijn geworven;
Uit de eierproductie van de oude koningin
geselecteerd; heeft zich dan reeds de
Opvolgster Van de kolonie gepresenteerd.
Zo is de bijenkolonie gered en wordt het
Leven voortgezet.

— Willem Bernardus Tijssen

Bekijk

Merelleed

Tussen het groen verborgen
in de kleurige klimop
'n Broedende merel
gezinnetje in de dop

Onbewust
het naderend gevaar
'n Scherploerende blik
van 'n sluipmoordenaar

Door moederlijke warmte
vredig omringd
Pa merel fluitend
zijn wiegenliedje zingt

Tot kille wreedheid
genadeloos toeslaat
Op de vlucht slaan
jammerlijk te laat

Worden angstige kreten
en 'n uiteengereten nest
Harde getuigen
van wat nog rest

— Dichterbij

Bekijk

Mijn trouwe hond

Een steun voor mij in voor en tegenspoed.
Is blij als ik thuis kom iedere dag weer.
Begroet me vrolijk met een blije snoet,
loopt kwispelend achter me aan.
Het enige wat zij graag van mij wil,
is een lekker eind met haar wandelen gaan.

— Droomster

Bekijk

© Copyright 1996-2026