In onze gedachten was je
In onze gedachten ben je
In onze gedachten zul je altijd blijven
Overlijdensgedichten β pagina 54
Het is een wonderbaar iets, een moeder
Anderen mogen je liefhebben
Je moeder alleen begrijpt je
Ze werkt voor je
Vergeeft je alles
En heeft je onvoorwaardelijk lief
Het enige kwaad wat ze je ooit doet
Is te sterven en je te verlaten
Alleen op de wereld is niemand
Lieve oma
Alleen op de wereld is niemand
Al ben je soms eenzaam en koud
Ook als je het niet ziet is er altijd iemand
Die stiekempjes toch van je houdt
Het laatste blad valt van de tak
Er zal geen nieuw meer groeien
De tak sterft af, niet al het blad
En nimmer zal hij meer bloeien
Te klein, ben ik om
Lieve oma
Te klein, ben ik om te begrijpen
Te klein, ben ik om te weten
Te klein, ben ik om je te verliezen
Groot ben ik om van je te houden
De glimlach
Geef mij wanneer de dag is dat ik afreis
niet uw donkere rouw
maar de glimlach van drie witte rozen
dat ik glimlach in hun morgendauw
Zo jong nog
Zoveel plezier in zijn leven
Waarom?
Niemand kan ons het antwoord geven
Een zee aan mogelijkheden
Die zee werd jou niet gegund
Zestien jaren jong
Hoe heeft dit ooit gekund
Het verdriet om zijn heengaan
kan nooit zo groot zijn
als de vreugde en liefde
die hij ons geschonken heeft
God nam vandaag zijn leven
Veel te kort is hij bij ons gebleven
Het gemis zal altijd blijven
Maar we weten dat hij in de hemel een mooi
plaatsje zal krijgen
Ik heb een steen verlegd in een rivier op aarde
nu weet ik dat ik nooit zal zijn vergeten
ik leverde bewijs van mijn bestaan
omdat door het verleggen van die ene steen
de stroom nooit meer dezelfde weg zal gaan
— Bram Vermeulen
Lieve oma
Te klein, ben ik om te begrijpen
Te klein, ben ik om te weten
Te klein, ben ik om je te verliezen
Groot ben ik om van je te houden
Te lang heb je geleden
Te kort is het verleden
Het verdriet zullen we delen
Maar nooit zullen we je vergeten
Wat er verder ook nog gebeurd in mijn leven
Jij bent er niet meer bij
Maar je bent en blijft mijn moeder
Dus leef je voort in mij
Haar handen hebben voor ons gewerkt
Haar hart heeft voor ons geklopt
Haar ogen hebben ons tot het laatst gezocht
Zij heeft haar taak volbracht
Zij ruste in vrede
Geef mij wanneer de dag is dat ik afreis
niet uw donkere rouw
maar de glimlach van drie witte rozen
dat ik glimlach in hun morgendauw