Je zei me dat je nog zoveel wilde doen
dat je nog zoveel hield van de kleine dingen in
't leven
Wandelen, fietsen, de wind in je haar
maar er werd je niet meer tijd gegeven
Overlijdensgedichten β pagina 56
Als het donker genoeg is worden de sterren
zichtbaar....
Je bent er niet meer
en toch zal ik je groeten
je elke dag
vele malen ontmoeten
je handen, je lippen, je lach
je bent bij me
iedere dag
Doof nu 't licht en sluit je ogen
en vergeet de strijd
jouw leven hier is omgevlogen
maar je liefde blijft
Laat nu die laatste droom maar komen
en wees niet meer bang
jouw nacht van vrede is gekomen
na een leven lang
En waar jij gaat laat ik mijn hart
en ziel met jou meegaan
jouw taak op aarde is voldaan
zoals je was in alle liefde
zo zal je gaan
Wat is verhuizen in dit leven?
't Is alles pakken en dan gaan
Wat is het op 't eind van het leven?
't Is gaan en alles laten staan
Aan een tere draad van tranen
rijg ik stil de maanden van gemis....
Als je deze wereld achter laat
weten wij niet welke weg je gaat
Is dat naar het wijde zwerk in 't heelal
ach... wie weet wat 't worden zal
Misschien is er wel een hemels wegenplan
maar wat weten wij aardse mensen daar nu
van
Maar onze Schepper in het Paradijs
vangt je zeker op na deze lange reis
Ook wij komen eens zo ver
maar waar gaan we heen, naar welke ster?
Dat blijft het eeuwig raadsel van ons bestaan
tot 't ook voor ons tijd is om te gaan
Hij had nog zoveel plannen
hij wou nog zoveel doen
het is voorbij
het hoeft niet meer
't is niet meer dan, maar toen
Het leven tussen
hoop en vrees dat maakt je bang
Je wilt immers nog wel heel lang
Je hebt je strijd met moed gestreden
Helaas toch het verlies geleden
Wij vergeten jou nooit meer
Onze moeder, vrouw en nog veel meer
In onze gedachten was je
In onze gedachten ben je
In onze gedachten zul je altijd blijven
Het is een wonderbaar iets, een moeder
Anderen mogen je liefhebben
Je moeder alleen begrijpt je
Ze werkt voor je
Vergeeft je alles
En heeft je onvoorwaardelijk lief
Het enige kwaad wat ze je ooit doet
Is te sterven en je te verlaten
Lieve oma
Alleen op de wereld is niemand
Al ben je soms eenzaam en koud
Ook als je het niet ziet is er altijd iemand
Die stiekempjes toch van je houdt
Het laatste blad valt van de tak
Er zal geen nieuw meer groeien
De tak sterft af, niet al het blad
En nimmer zal hij meer bloeien
Als een zaadje
begin jij weer opnieuw
Jij zal uitgroeien tot een roos
maar zonder stekels, in volle bloei
Een leven zonder verdriet en pijn
maar je zal altijd een lichtje in ons zijn
God keek rond in zijn tuin
en zag een lege plaats
Toen keek Hij neer op onze aarde
en zag jouw moe gelaat
Hij deed Zijn armen om je heen
en nam je mee om uit te rusten
Gods tuin moet wel prachtig zijn
Hij neemt alleen de besten