Adoptie gedicht: ‘Ieder mens heeft zijn eigen taal’
Ieder mens heeft zijn eigen taal
zijn eigen kleur, zijn eigen ritme
maar de stem van 't hart
klinkt voor iedereen gelijk
Meer adoptiegedichtjes
Toen ik werd geboren
Toen ik werd geboren
nam God mij bij de hand
daarom ging ik niet verloren
in dat verre, arme land
Ik droomde
Ik droomde mij "kinderen", een huis, een gezin
Dochters en zonen, zo vrolijk en blij:
En ze kwamen tot leven in mijn hart, in mijn
dromen
Ik droom van het kind, dat groeide in mij
Die droom, die is uitgekomen!
Ik droom van zijn leven, zijn toekomst, zijn
dromen
Ik droom van die
jaren vol hopen, verlangen;
Naar een kindje erbij, dat zo welkom zou zijn
Van die jaren vol eindeloos wachten en pijn
Ik droomde het kind, dat maar niet wilde
komen
En het groeide en groeide in mijn hart en mijn
dromen
Ik droom van het
kind, dat geen toekomst meer heeft
En dat toch op de wereld mocht komen
Ik droom van het kind, dat geen moeder meer
heeft
Want zij heeft het af moeten staan
Ik denk aan die moeder die, ondanks alles, dit kind tweemaal de kans gaf
op leven
Die de moed had het niet bij het huisvuil te
gooien
Of achter te laten in een doos langs de weg
Het niet afstond aan wanhoop of dood
maar het afstond aan de toekomst, het Leven!
Ik droom van de
kinderen, die ik zo toch nog
kreeg
En zie ze groeien in mijn huis en mijn hart en
mijn dromen
Zo "eigen" als "eigen" maar enigszins is
In liefde verwacht en gekregen
En als ik dan hier voor mij uit zit te dromen
En kijk naar mijn drietal, hoe gezegend het is
Trekt nóg weer een kind aan mijn hart en mijn
dromen....
Maar dit keer zal
't blijven bij dromen alleen:
Wij zijn naar de wet al te oud
En zo rest mij: die kinderen, die zonder
toekomst alléén,
Zoeken en wachten en bidden en dromen
Tot leven te dromen in de harten en dromen
van mensen als jij
Waar ze leven en groeien en wachten en hopen
Tot iemand ze roept en zegt: "Jij hoort bij
mij!"
In haar eerste levensjaren
In haar eerste levensjaren
blootgesteld aan veel gevaren
weggenomen uit haar land
met pijn voor altijd ingebrand
Een mensje nog zo kwetsbaar en klein
dat steeds maar vraagt waar haar ouders zijn
is aan ons toevertrouwd
en heeft een hartje van goud
De lange weg die wij samen zijn gegaan
De lange weg die wij samen zijn gegaan
vervaagt tot slechts een herinnering
Voor ons brak de tijd van reizen aan
en wij vlogen naar onze lieveling