Foei poes!
Wat moet ik,
toch met jou beginnen.......
je neemt mijn hele deken in beslag
Zodra je naar je eigen plaatsje moet,
draai jij ondeugend je kopje weg
en gaat rustig door met spinnen!
— Droomster
Advertentie
Foei poes!
Wat moet ik,
toch met jou beginnen.......
je neemt mijn hele deken in beslag
Zodra je naar je eigen plaatsje moet,
draai jij ondeugend je kopje weg
en gaat rustig door met spinnen!
— Droomster
Gebonden
bindt mij niet vast
al ben ik voor jou een last
mijn vleugels wil ik uitslaan
om de weide wereld in te gaan
wanneer mag ik boeken
om mijn Valken familie te bezoeken
laat me nu maar los
al veel te lang mis ik mijn bos
maar dat is het ergste niet
mijn stilste verdriet
zal ik je bekennen
is........
dat ik misschien nooit meer kan wennen
aan mijn natuurlijk bestaan
wat heb je met mij gedaan
— Marill Meijs
Het Circuspaard
Koninklijk schudt het paard zijn manen
En overziet het de piste bij een hooggewaardeerd.
Het paradeert door de arena en overtuigt het publiek
Van zijn kunnen, zoals het heeft geleerd. Het springt
Door een hoepel, over de laatste hindernis en draaft
Spoorslags naar zijn stal ten einde van een belevenis.
Nog eenmaal ziet het om naar zijn publiek
Schudt het zijn manen met een edele chique.
Zo geeft het drie maal daags acte de presence
Op de passen van zijn paardendans. Blijft het
Trots excelleren; het publiek zal het blijvend waarderen.
Want het beste paard staat niet graag op stal;
Het wil blijven excelleren voor een publiek in duizendtal.
— Willem Bernardus Tijssen
hond
gevlekt gespierd en soms te veel
maar altijd trouwogend
trekkend naar geluk
om ooit te vinden
waar en wanneer ook hij weet het niet
altijd maar doorgaan
met of zonder pijn
stil liggen wachten op weer een nieuwe dag
alles van vooren en weder nog eens
totdat we weer saam zijn
dan is het goed
mag de nacht ook weer komen
tot het volgend ontwaken
en dan weer opnieuw
hoelang wil je doorgaan
hopelijk nog lang
nimmer zal vergeten nu niet en nooit
hondstrouwe blik gestippelde vriend
— Twan Hendriks
Jij die zich gracieus voortbeweegt
Ik volg jou.
Ik aanbid jou.
Jij prachtige vlinder.
Jij die zich gracieus voortbeweegt.
Jij die mij zonder woorden vertelt,
in wat voor een wonderlijke wereld
ik leef.
— Ingrid van der Weegen
Kater steelt de show
Een streepjeskater uit Opende
die 't wielrijdersmuziekkorps kende
en hoorde van hun optreedplan
wilde meeblazen in Japan.
Hij oefende zijn wangen rond
met een cornetto aan de mond
maar toen hij klaarstond in ornaat
was er geen fiets op katermaat
dus blies hij "Sterren in de States"
op zijn Japanse rollerskates.
— Coby Poelman - Duisterwinkel
Klinkt In Heldere Vogeltaal
Wie zit daar hoog in de bomen Van een zangcarriere te dromen? Wie ziet zich nu al reeds staan Op een podium in de scala te Milaan? Wie produceert 's ochtends vroeg uit gouden keel de hoogste noot? Wie wekt wat leeft tussen boomkruin En op de waterlelies in een boerensloot?
Is het de spreeuw, mees of leeuwerik? Is het de duif, uil of zwezerik? Nu, hoog op tak zie je haar voorover Buigen; klinkt in heldere vogeltaal De zuivere ochtend roep van de nachtegaal, Die zich voorneemt dat wat leeft tussen Boomkruin en boerensloot van haar kunnen Te overtuigen; in haar exercitie van toonladders En vooroverbuigen.
Ja, hoog op de tak treedt Zij reeds op; in ware verrukking voert Zij zichzelf naar de top. Zij die van Eigen kunnen zo bewust de wereld in Vrede wakker kust.
— Willem Bernardus Tijssen
Kracht
De paarden renden in galop
Uitgelaten in de grote wei
Rennend, springend, vrij
Verleidden ze mij tot een stop
Ik keek naar hun kleuren
Zag de fiere manen staan
Trokken zij zich van mij iets aan
roken zij soms mensengeuren?
Ze gaan met snelle benen
Elegant over het veld vol gras
Slechts een moment dat ik er was
Maar dat beeld is nooit verdwenen
— José van Rosmalen
Merelleed
Tussen het groen verborgen
in de kleurige klimop
'n Broedende merel
gezinnetje in de dop
Onbewust
het naderend gevaar
'n Scherploerende blik
van 'n sluipmoordenaar
Door moederlijke warmte
vredig omringd
Pa merel fluitend
zijn wiegenliedje zingt
Tot kille wreedheid
genadeloos toeslaat
Op de vlucht slaan
jammerlijk te laat
Worden angstige kreten
en 'n uiteengereten nest
Harde getuigen
van wat nog rest
— Dichterbij
Mijn Kat Uit De Maand Mei
Dat is mijn kat, dat is die kat uit de maand mei
Die daareven schijnbaar onverschillig aan mij zat;
Die spinnend, spottend en spiedend mij op de Korrel nam.
Dat is mijn kat, dat is die kat uit de maand mei
Die daareven met haar vrijage mij op de proef nam;
Die kirrend, krabbend en kwispelend op mijn schoot
Tot rust kwam.
Dat is mijn kat, dat is die kat uit de maand mei
Die daareven met het groen van haar ogen mij
Heeft bewogen; die met haar blik uit verre oorden
Mij nog steeds laat blozen.
Dat is mijn kat, dat is die kat uit de maand mei
Die daareven met haar fiere frisheid mij in haar
Gevangen hield; die kat uit mei voor wie ik definitief
Ben geknield.
— Willem Bernardus Tijssen
Mijn maatje
een boemertje ‘n klein teefje
van al bijna veertien jaar
altijd speels en zachtaardig
een ‘echt maatje’ noemde ik haar
Een kwaadaardig gezwel
ontwikkelde zich
Geen pijn enkel blij en
vol met levenslust het afgelopen jaar
Met angstige voorgevoelens
observeer ik onze kleine hond
gezwel groeit immers nu gestaag
dartelt nog altijd vrolijk in het rond
Niets zal mij weerhouden
voor de pijn komt haar te laten slapen
en al de mooie herinneringen
in stilte verder draag.
— Droomster
Mijn trouwe hond
Een steun voor mij in voor en tegenspoed.
Is blij als ik thuis kom iedere dag weer.
Begroet me vrolijk met een blije snoet,
loopt kwispelend achter me aan.
Het enige wat zij graag van mij wil,
is een lekker eind met haar wandelen gaan.
— Droomster
Mijn Zangvogel
Een zangvogel rondde zijn vlucht
om de aarde. Iedere dag luisterde
Het mijn dag op met zijn wellustig gezang.
Op een dag vloog het van mij weg
En bij het strekken van zijn vleugels
Wist ik mijn zangvogel gaat weg
Voor eeuwig lang. En ik voelde
Bezit heeft geen enkele waarde,
Wanneer je je vriend verliest op aarde.
Maar mijn zangvogel verloor niet
Zijn plaats onder het eeuwige licht.
Op de vleugels van de wind kwam het
Van verre en bereikte het een land
Als op een vergezicht. Het vond er zijn
Plaats tussen een flora in prachtige kleuren.
Het vond er zijn vrede tussen het fauna onder
De zon. Het wist er het paradijs met zijn gezang
Op te beuren en dolende zielen te winnen,
Zoals het ooit de mijne won.
En als het eens stil is om mij heen,
Hoor ik mijn zangvogel in gedachte
Fluiten. En weet dat er ergens buiten
Vanuit een ver exotisch land een zangvogel
Ergens dicht bij mijn ziel is aangeland
— Willem Bernardus Tijssen
Mussen
ergens hoor ik leven
met mijn hoofd geheven
kijk ik rond
gescharrel op de grond
twee mussen
het lijkt of ze kussen
schijn bedriegt
de een vliegt
naar een hoge boom
de ander blijft sloom
wachten
smachten
dan komt hij terug
geeft dan vlug
wat voer in de bek
van de jonge mus
die had wel trek
het leek wel een kus
— Marill Meijs
Muzikale kat
De kat zit voor de bank
zijn ogen dicht
de borstkas ritmisch wiegend
luistert hij ademloos
naar licht klassiek
oud geworden
onder zang,
pianospel en koormuziek.
Eén instrument
kan hem niet echt bekoren
bij het geluid van blokfluit
pletten zich de oren
zijn ogen staan verstoord
hij poogt er mauwend
bovenuit te komen
een sprong beëindigt
hoge tonen.
Stil ligt de fluit
op het velours,
de kat, zijn naam is Händel,
hervat zijn slaapje
op de zonverwarmde vloer.
— Coby Poelman - Duisterwinkel