Het Circuspaard
Koninklijk schudt het paard zijn manen
En overziet het de piste bij een hooggewaardeerd.
Het paradeert door de arena en overtuigt het publiek
Van zijn kunnen, zoals het heeft geleerd. Het springt
Door een hoepel, over de laatste hindernis en draaft
Spoorslags naar zijn stal ten einde van een belevenis.
Nog eenmaal ziet het om naar zijn publiek
Schudt het zijn manen met een edele chique.
Zo geeft het drie maal daags acte de presence
Op de passen van zijn paardendans. Blijft het
Trots excelleren; het publiek zal het blijvend waarderen.
Want het beste paard staat niet graag op stal;
Het wil blijven excelleren voor een publiek in duizendtal.
— Willem Bernardus Tijssen
Vind je dit gedicht mooi? Geef het een hartje.
Meer dieren gedichten
De paarden renden in galop
Uitgelaten in de grote wei
Rennend, springend, vrij
Verleidden ze mij tot een stop
Ik keek naar hun kleuren
Zag de fiere manen staan
Trokken zij zich van mij iets aan
roken zij soms mensengeuren?
Ze gaan met snelle benen
Elegant over het veld vol gras
Slechts een moment dat ik er was
Maar dat beeld is nooit verdwenen
— JosΓ© van Rosmalen
de leeuw is de koning
de olifant het grootst
de koe is soms heilig
varkens zijn om op te eten
maar niet door iedereen
de mier is de slaaf
de luis is het kleinst
de vlo is vaak lastig
mensen zijn vaak varkens
gelukkig niet iedereen
— Twan Hendriks
In de berm,
een zwerm,
bijen,
ze vlijen,
zich op de bloemen,
hoor ze toch eens zoemen.
Ze werken zich een lens,
voor de mens,
en voor de koningin,
slaan ze de honing in.
— Marill Meijs
Een blindeman wandelt met aan het andere eind
Van de lijn een hondje dat zijn geleider moet zijn.
Het hondje is misschien in grootte nogal klein,
Maar in zijn grootsheid is het zoals het moet zijn.
Het heeft geen woorden, het kan niet praten,
Maar zijn gevoel geleidt de blinde door alle straten.
Het hondje ziet waarin het zijn baas geleiden kan,
En het vermijdt gevaren zo goed het oordelen kan.
Zo vindt de viervoeter in een gehandicapt
mensenbestaan een zeer gewaardeerde
Hondenbaan.
— Willem Bernardus Tijssen