Merelleed
Tussen het groen verborgen
in de kleurige klimop
'n Broedende merel
gezinnetje in de dop
Onbewust
het naderend gevaar
'n Scherploerende blik
van 'n sluipmoordenaar
Door moederlijke warmte
vredig omringd
Pa merel fluitend
zijn wiegenliedje zingt
Tot kille wreedheid
genadeloos toeslaat
Op de vlucht slaan
jammerlijk te laat
Worden angstige kreten
en 'n uiteengereten nest
Harde getuigen
van wat nog rest
— Dichterbij
Vind je dit gedicht mooi? Geef het een hartje.
Meer dieren gedichten
ergens hoor ik leven
met mijn hoofd geheven
kijk ik rond
gescharrel op de grond
twee mussen
het lijkt of ze kussen
schijn bedriegt
de een vliegt
naar een hoge boom
de ander blijft sloom
wachten
smachten
dan komt hij terug
geeft dan vlug
wat voer in de bek
van de jonge mus
die had wel trek
het leek wel een kus
— Marill Meijs
Koninklijk schudt het paard zijn manen
En overziet het de piste bij een hooggewaardeerd.
Het paradeert door de arena en overtuigt het publiek
Van zijn kunnen, zoals het heeft geleerd. Het springt
Door een hoepel, over de laatste hindernis en draaft
Spoorslags naar zijn stal ten einde van een belevenis.
Nog eenmaal ziet het om naar zijn publiek
Schudt het zijn manen met een edele chique.
Zo geeft het drie maal daags acte de presence
Op de passen van zijn paardendans. Blijft het
Trots excelleren; het publiek zal het blijvend waarderen.
Want het beste paard staat niet graag op stal;
Het wil blijven excelleren voor een publiek in duizendtal.
— Willem Bernardus Tijssen
In de berm,
een zwerm,
bijen,
ze vlijen,
zich op de bloemen,
hoor ze toch eens zoemen.
Ze werken zich een lens,
voor de mens,
en voor de koningin,
slaan ze de honing in.
— Marill Meijs
Mijn lief konijntje
jij bent in de dieren hemel
zegt mijn mama
Maar heeft ze echt gelijk.
Telkens moet ik
stiekem huilen
als ik naar jouw
lege hokje kijk.
— Droomster