Merelleed
Tussen het groen verborgen
in de kleurige klimop
'n Broedende merel
gezinnetje in de dop
Onbewust
het naderend gevaar
'n Scherploerende blik
van 'n sluipmoordenaar
Door moederlijke warmte
vredig omringd
Pa merel fluitend
zijn wiegenliedje zingt
Tot kille wreedheid
genadeloos toeslaat
Op de vlucht slaan
jammerlijk te laat
Worden angstige kreten
en 'n uiteengereten nest
Harde getuigen
van wat nog rest
— Dichterbij
Meer dieren gedichten
Poezen gedicht
Poezen gedicht
Heerlijk gewandeld
de hort op geweest
gejaagd op
een enkel klein beest.
Door m'n luikje
naar binnen gewipt.
Hier behaaglijk warm
waar mijn baasje nerveus
loopt te drentelen.
Zij lijkt wel doorgeflipt.
Zet nu mijn strategie in
geef haar kopjes
strijk langs haar benen
terwijl ik zachtjes spin.
Ze laat zich naar haar
stoel leiden en ploft erin.
Spring op haar schoot
en ga weer verder
met mijn gepaai
ik was immers nog maar
bij het begin!
— Droomster
Apen Zijn Net Als Mensen
Apen en mensen.
Mensen en apen.
Mensapen misschien?
Aapmensen als ik beter zou zien?
Mensen willen zo graag op apen lijken
Achter hun rivieren en achter hun dijken.
Een mens ziet de aap door zijn eigen bril.
Een brilaap ziet de mens zoals die zelf wil.
Mensen gedragen zich soms als apen,
Zodat je denkt dat ze de aap naapen.
Heeft god ons geschapen naar eigen beeld?;
En de aap aan ons gegeven,
Opdat de mens zich niet verveeld?
Heeft Darwin de mens bij de aap ingedeeld,
Omdat door de evolutie zoveel eigenschappen worden gedeeld?
Apen zijn soms net als mensen.
Mensen hebben soms apenwensen.
De mens brult om een broodje aap.
De brulaap handelt primair, recht voor zijn raap.
Een mens is vaak apetrots,
En lijkt op een baviaan, wanneer die zich klopt op zijn borst.
Mensen kijken graag naar apen.
Het lijkt een waarheid voor het oprapen.
Heeft God ons geschapen naar zijn eigen beeld;
En bij de schepping iets van de aap aan ons toebedeeld?
Heeft Darwin zich zo kunnen vergissen?;
Want volgens hem stamt de mensaap af van de vissen.
Apen en mensen.
Mensen en apen.
Aapmensen misschien?;
Mensapen als je de mens beter zou zien?
Wanneer een mens zijn spiegelbeeld ziet,
Komt er een aap uit de mouw;
Hij ziet dan de aap in zichzelf,
En denkt wat lijk ik op jou.
— Willem Bernardus Tijssen
Klinkt In Heldere Vogeltaal
Wie zit daar hoog in de bomen
Van een zangcarriere te dromen?
Wie ziet zich nu al reeds staan
Op een podium in de scala te Milaan?
Wie produceert 's ochtends vroeg uit
gouden keel de hoogste noot?
Wie wekt wat leeft tussen boomkruin
En op de waterlelies in een boerensloot?
Is het de spreeuw, mees of leeuwerik?
Is het de duif, uil of zwezerik?
Nu, hoog op tak zie je haar voorover
Buigen; klinkt in heldere vogeltaal
De zuivere ochtend roep van de nachtegaal,
Die zich voorneemt dat wat leeft tussen
Boomkruin en boerensloot van haar kunnen
Te overtuigen; in haar exercitie van toonladders
En vooroverbuigen.
Ja, hoog op de tak treedt
Zij reeds op; in ware verrukking voert
Zij zichzelf naar de top. Zij die van
Eigen kunnen zo bewust de wereld in
Vrede wakker kust.
— Willem Bernardus Tijssen
Stiekem huilen
Mijn lief konijntje
jij bent in de dieren hemel
zegt mijn mama
Maar heeft ze echt gelijk.
Telkens moet ik
stiekem huilen
als ik naar jouw
lege hokje kijk.
— Droomster