Cecil De Leeuw
Mijn naam was Cecil de Leeuw.
Een jagende tandarts schoot mij
Recentelijk dood. Het was hem
Niet om mijn tanden begonnen.
Maar meer om het doden zonder
Enige nood.
Mijn huid, mijn leven zou zijn
Zijn trofee; een tandarts met
Leeuwenmoed dood zoals een
Man dat doet, was zo zijn idee.
Een tandarts kon mij wel schieten;
Maar morgen zal ik de winnaar zijn,
Wanneer een einde aan de jagersdroom
Vanuit van Zimbabwe voor eeuwig zal zijn.
— Willem Bernardus Tijssen
Meer dieren gedichten
Als dieren konden praten
Als dieren konden praten
Als dieren konden praten,
al was het maar voor even.
Wat blijft er dan nog over van de mens.
Of steken we daarna ons hoofd,
nog dieper in het zand.
En leven we voort,
in zogenaamde onwetendheid.
Dit laatste, is dat wat ons van dieren scheidt.
Zij leven in de pijn van de werkelijkheid,
iedere seconde van de dag.
— Ingrid van der Weegen
Mussen
ergens hoor ik leven
met mijn hoofd geheven
kijk ik rond
gescharrel op de grond
twee mussen
het lijkt of ze kussen
schijn bedriegt
de een vliegt
naar een hoge boom
de ander blijft sloom
wachten
smachten
dan komt hij terug
geeft dan vlug
wat voer in de bek
van de jonge mus
die had wel trek
het leek wel een kus
— Marill Meijs
Dierenleed
Een leeuw brult in de nacht,
Als hij getart wordt in zijn kracht.
Is hij in het oerwoud de laatste der Mohikanen?
Een koning zonder onderdanen?
Al spoedig dooft zijn ster, als het schot
Van de jager klinkt van ver.
Een olifant trompettert luid,
Als zijn rust verstoord wordt om
slagtanden of huid. Is hij te groot
Voor de kast met het aardse porselein?;
Een relikwie waarover de mens meester moet zijn?
Al spoedig blaast hij zijn laatste adem uit,
Als hij geveld wordt door een dodelijke spuit.
Een chimpansee lacht zijn tanden bloot,
Als zij gefilmd wordt voor een apennoot.
Is zij het clowneske menselijke evenbeeld; Een
Spiegel die om zijn menselijke trekken niet verveelt.
Al spoedig verandert haar lach in een grimas,
Als zij merkt dat het haar laatste optreden was.
Is het de mens die het hardste brult?;
Die zich in dierenhuiden hult?
Is het de mens die met zijn aardgenoten speelt?;
Die van alles neemt en nimmer deelt?
In het dierenrijk lijkt zijn almacht groot; tot dat
De slang hem aan zijn laatste maaltijd noodt.
— Willem Bernardus Tijssen
Stiekem huilen
Mijn lief konijntje
jij bent in de dieren hemel
zegt mijn mama
Maar heeft ze echt gelijk.
Telkens moet ik
stiekem huilen
als ik naar jouw
lege hokje kijk.
— Droomster