Direct naar de inhoud

Apen Zijn Net Als Mensen

Dieren

Apen en mensen.
Mensen en apen.
Mensapen misschien?
Aapmensen als ik beter zou zien?
Mensen willen zo graag op apen lijken
Achter hun rivieren en achter hun dijken.
Een mens ziet de aap door zijn eigen bril.
Een brilaap ziet de mens zoals die zelf wil.

Mensen gedragen zich soms als apen,
Zodat je denkt dat ze de aap naapen.
Heeft god ons geschapen naar eigen beeld?;
En de aap aan ons gegeven,
Opdat de mens zich niet verveeld?
Heeft Darwin de mens bij de aap ingedeeld,
Omdat door de evolutie zoveel eigenschappen worden gedeeld?

Apen zijn soms net als mensen.
Mensen hebben soms apenwensen.
De mens brult om een broodje aap.
De brulaap handelt primair, recht voor zijn raap.
Een mens is vaak apetrots,
En lijkt op een baviaan, wanneer die zich klopt op zijn borst.

Mensen kijken graag naar apen.
Het lijkt een waarheid voor het oprapen.
Heeft God ons geschapen naar zijn eigen beeld;
En bij de schepping iets van de aap aan ons toebedeeld?
Heeft Darwin zich zo kunnen vergissen?;
Want volgens hem stamt de mensaap af van de vissen.

Apen en mensen.
Mensen en apen.
Aapmensen misschien?;
Mensapen als je de mens beter zou zien?
Wanneer een mens zijn spiegelbeeld ziet,
Komt er een aap uit de mouw;
Hij ziet dan de aap in zichzelf,
En denkt wat lijk ik op jou.

— Willem Bernardus Tijssen

Vind je dit gedicht mooi? Geef het een hartje.

Lang Grappig Christelijk

Meer dieren gedichten

Als dieren konden praten

Als dieren konden praten

Als dieren konden praten,
al was het maar voor even.
Wat blijft er dan nog over van de mens.

Of steken we daarna ons hoofd,
nog dieper in het zand.
En leven we voort,
in zogenaamde onwetendheid.

Dit laatste, is dat wat ons van dieren scheidt.
Zij leven in de pijn van de werkelijkheid,
iedere seconde van de dag.

— Ingrid van der Weegen

Bekijk

Dierenleed

Een leeuw brult in de nacht,
Als hij getart wordt in zijn kracht.
Is hij in het oerwoud de laatste der Mohikanen?
Een koning zonder onderdanen?
Al spoedig dooft zijn ster, als het schot
Van de jager klinkt van ver.

Een olifant trompettert luid,
Als zijn rust verstoord wordt om
slagtanden of huid. Is hij te groot
Voor de kast met het aardse porselein?;
Een relikwie waarover de mens meester moet zijn?
Al spoedig blaast hij zijn laatste adem uit,
Als hij geveld wordt door een dodelijke spuit.

Een chimpansee lacht zijn tanden bloot,
Als zij gefilmd wordt voor een apennoot.
Is zij het clowneske menselijke evenbeeld; Een
Spiegel die om zijn menselijke trekken niet verveelt.
Al spoedig verandert haar lach in een grimas,
Als zij merkt dat het haar laatste optreden was.

Is het de mens die het hardste brult?;
Die zich in dierenhuiden hult?
Is het de mens die met zijn aardgenoten speelt?;
Die van alles neemt en nimmer deelt?
In het dierenrijk lijkt zijn almacht groot; tot dat
De slang hem aan zijn laatste maaltijd noodt.

— Willem Bernardus Tijssen

Bekijk

Merelleed

Tussen het groen verborgen
in de kleurige klimop
'n Broedende merel
gezinnetje in de dop

Onbewust
het naderend gevaar
'n Scherploerende blik
van 'n sluipmoordenaar

Door moederlijke warmte
vredig omringd
Pa merel fluitend
zijn wiegenliedje zingt

Tot kille wreedheid
genadeloos toeslaat
Op de vlucht slaan
jammerlijk te laat

Worden angstige kreten
en 'n uiteengereten nest
Harde getuigen
van wat nog rest

— Dichterbij

Bekijk

Blindengeleidehond

Een blindeman wandelt met aan het andere eind
Van de lijn een hondje dat zijn geleider moet zijn.
Het hondje is misschien in grootte nogal klein,
Maar in zijn grootsheid is het zoals het moet zijn.

Het heeft geen woorden, het kan niet praten,
Maar zijn gevoel geleidt de blinde door alle straten.
Het hondje ziet waarin het zijn baas geleiden kan,
En het vermijdt gevaren zo goed het oordelen kan.

Zo vindt de viervoeter in een gehandicapt
mensenbestaan een zeer gewaardeerde
Hondenbaan.

— Willem Bernardus Tijssen

Bekijk