Direct naar de inhoud

Dierenleed

Dieren

Een leeuw brult in de nacht,
Als hij getart wordt in zijn kracht.
Is hij in het oerwoud de laatste der Mohikanen?
Een koning zonder onderdanen?
Al spoedig dooft zijn ster, als het schot
Van de jager klinkt van ver.

Een olifant trompettert luid,
Als zijn rust verstoord wordt om
slagtanden of huid. Is hij te groot
Voor de kast met het aardse porselein?;
Een relikwie waarover de mens meester moet zijn?
Al spoedig blaast hij zijn laatste adem uit,
Als hij geveld wordt door een dodelijke spuit.

Een chimpansee lacht zijn tanden bloot,
Als zij gefilmd wordt voor een apennoot.
Is zij het clowneske menselijke evenbeeld; Een
Spiegel die om zijn menselijke trekken niet verveelt.
Al spoedig verandert haar lach in een grimas,
Als zij merkt dat het haar laatste optreden was.

Is het de mens die het hardste brult?;
Die zich in dierenhuiden hult?
Is het de mens die met zijn aardgenoten speelt?;
Die van alles neemt en nimmer deelt?
In het dierenrijk lijkt zijn almacht groot; tot dat
De slang hem aan zijn laatste maaltijd noodt.

— Willem Bernardus Tijssen

Vind je dit gedicht mooi? Geef het een hartje.

Lang

Meer dieren gedichten

Bij mij vlak voor het raam zie ik
dagelijks een mooi meisje gaan.
Die telkens rond van borst haar
Schoonheid langs mijn raam torst.

Ik kijk er vol bewondering naar en
beleef genoegen aan wat ik ervaar.
In vrijheid verlang ik naar een pleziertje
Met zo'n aardig diertje.

Wat zou ik graag bij haar willen zijn
En haar toespreken zonder uiterlijke
Schijn. Maar steeds als ik iets zeggen
Wil, besef ik dat ik woorden aan mijn
Lippen verspil.

Want voor ik het weet is mijn hoop vervlogen
En is haar silhouet langs mijn raam geschoven.
Teleurgesteld in mijn dag verzamel ik nieuwe
Moed. Ik verwacht haar morgen als het
Morgen moet.

Bij mij vlak voor het raam zie ik
dagelijks een mooi meisje gaan.
Morgen zet ik mijn raam op een kier
Als het roodborstje laat weten dat zij
Deelt in mijn plezier.

— Willem Bernardus Tijssen

Bekijk

Mijn Zangvogel

Een zangvogel rondde zijn vlucht
om de aarde. Iedere dag luisterde
Het mijn dag op met zijn wellustig gezang.
Op een dag vloog het van mij weg
En bij het strekken van zijn vleugels
Wist ik mijn zangvogel gaat weg
Voor eeuwig lang. En ik voelde
Bezit heeft geen enkele waarde,
Wanneer je je vriend verliest op aarde.

Maar mijn zangvogel verloor niet
Zijn plaats onder het eeuwige licht.
Op de vleugels van de wind kwam het
Van verre en bereikte het een land
Als op een vergezicht. Het vond er zijn
Plaats tussen een flora in prachtige kleuren.
Het vond er zijn vrede tussen het fauna onder
De zon. Het wist er het paradijs met zijn gezang
Op te beuren en dolende zielen te winnen,
Zoals het ooit de mijne won.

En als het eens stil is om mij heen,
Hoor ik mijn zangvogel in gedachte
Fluiten. En weet dat er ergens buiten
Vanuit een ver exotisch land een zangvogel
Ergens dicht bij mijn ziel is aangeland

— Willem Bernardus Tijssen

Bekijk

Een Leeuwendeel

De manen van een leeuw maken hem
Groter en markanter, tegelijk ook
Interessanter; ze accentueren de volheid
Van zijn vacht, geven hem iets van zijn
Mannelijke Kracht. Ze kronen hem tot koning van
De Dieren en geven hem iets extra's om te
Vieren.

Dat wat de leeuwin mist, heeft de natuur de
Leeuw niet betwist. Zijn het de manen die
Hem de legitimiteit verschaffen om in de natuur
Een winnaar te zijn?; hem hebben uitverkoren
Uit te groeien tot een icoon van volkeren
Groot en klein?

Zo wapperen zijn manen fier op vaandel en
Vlag tot glorie van menig natie en uiterlijk gezag.

— Willem Bernardus Tijssen

Bekijk

Blindengeleidehond

Een blindeman wandelt met aan het andere eind
Van de lijn een hondje dat zijn geleider moet zijn.
Het hondje is misschien in grootte nogal klein,
Maar in zijn grootsheid is het zoals het moet zijn.

Het heeft geen woorden, het kan niet praten,
Maar zijn gevoel geleidt de blinde door alle straten.
Het hondje ziet waarin het zijn baas geleiden kan,
En het vermijdt gevaren zo goed het oordelen kan.

Zo vindt de viervoeter in een gehandicapt
mensenbestaan een zeer gewaardeerde
Hondenbaan.

— Willem Bernardus Tijssen

Bekijk