Direct naar de inhoud

Advertentie

Dierengedichten – pagina 2

Mijn maatje

een boemertje β€˜n klein teefje
van al bijna veertien jaar
altijd speels en zachtaardig
een β€˜echt maatje’ noemde ik haar

Een kwaadaardig gezwel
ontwikkelde zich
Geen pijn enkel blij en
vol met levenslust het afgelopen jaar

Met angstige voorgevoelens
observeer ik onze kleine hond
gezwel groeit immers nu gestaag
dartelt nog altijd vrolijk in het rond

Niets zal mij weerhouden
voor de pijn komt haar te laten slapen
en al de mooie herinneringen
in stilte verder draag.

— Droomster

Bekijk

Mijn Kat Uit De Maand Mei

Dat is mijn kat, dat is die kat uit de maand mei
Die daareven schijnbaar onverschillig aan mij zat;
Die spinnend, spottend en spiedend mij op de Korrel nam.

Dat is mijn kat, dat is die kat uit de maand mei
Die daareven met haar vrijage mij op de proef nam;
Die kirrend, krabbend en kwispelend op mijn schoot
Tot rust kwam.

Dat is mijn kat, dat is die kat uit de maand mei
Die daareven met het groen van haar ogen mij
Heeft bewogen; die met haar blik uit verre oorden
Mij nog steeds laat blozen.

Dat is mijn kat, dat is die kat uit de maand mei
Die daareven met haar fiere frisheid mij in haar
Gevangen hield; die kat uit mei voor wie ik definitief
Ben geknield.

— Willem Bernardus Tijssen

Bekijk

Merelleed

Tussen het groen verborgen
in de kleurige klimop
'n Broedende merel
gezinnetje in de dop

Onbewust
het naderend gevaar
'n Scherploerende blik
van 'n sluipmoordenaar

Door moederlijke warmte
vredig omringd
Pa merel fluitend
zijn wiegenliedje zingt

Tot kille wreedheid
genadeloos toeslaat
Op de vlucht slaan
jammerlijk te laat

Worden angstige kreten
en 'n uiteengereten nest
Harde getuigen
van wat nog rest

— Dichterbij

Bekijk

Kracht

De paarden renden in galop
Uitgelaten in de grote wei
Rennend, springend, vrij
Verleidden ze mij tot een stop

Ik keek naar hun kleuren
Zag de fiere manen staan
Trokken zij zich van mij iets aan
roken zij soms mensengeuren?

Ze gaan met snelle benen
Elegant over het veld vol gras
Slechts een moment dat ik er was
Maar dat beeld is nooit verdwenen

— JosΓ© van Rosmalen

Bekijk

Klinkt In Heldere Vogeltaal

Wie zit daar hoog in de bomen Van een zangcarriere te dromen? Wie ziet zich nu al reeds staan Op een podium in de scala te Milaan? Wie produceert 's ochtends vroeg uit gouden keel de hoogste noot? Wie wekt wat leeft tussen boomkruin En op de waterlelies in een boerensloot?

Is het de spreeuw, mees of leeuwerik? Is het de duif, uil of zwezerik? Nu, hoog op tak zie je haar voorover Buigen; klinkt in heldere vogeltaal De zuivere ochtend roep van de nachtegaal, Die zich voorneemt dat wat leeft tussen Boomkruin en boerensloot van haar kunnen Te overtuigen; in haar exercitie van toonladders En vooroverbuigen.

Ja, hoog op de tak treedt Zij reeds op; in ware verrukking voert Zij zichzelf naar de top. Zij die van Eigen kunnen zo bewust de wereld in Vrede wakker kust.

— Willem Bernardus Tijssen

Bekijk

Kater steelt de show

Een streepjeskater uit Opende
die 't wielrijdersmuziekkorps kende
en hoorde van hun optreedplan
wilde meeblazen in Japan.
Hij oefende zijn wangen rond
met een cornetto aan de mond
maar toen hij klaarstond in ornaat
was er geen fiets op katermaat
dus blies hij "Sterren in de States"
op zijn Japanse rollerskates.

— Coby Poelman - Duisterwinkel

Bekijk

Jij die zich gracieus voortbeweegt

Ik volg jou.
Ik aanbid jou.
Jij prachtige vlinder.

Jij die zich gracieus voortbeweegt.
Jij die mij zonder woorden vertelt,
in wat voor een wonderlijke wereld
ik leef.

— Ingrid van der Weegen

Bekijk

hond

gevlekt gespierd en soms te veel
maar altijd trouwogend
trekkend naar geluk
om ooit te vinden
waar en wanneer ook hij weet het niet

altijd maar doorgaan
met of zonder pijn
stil liggen wachten op weer een nieuwe dag
alles van vooren en weder nog eens
totdat we weer saam zijn

dan is het goed
mag de nacht ook weer komen
tot het volgend ontwaken
en dan weer opnieuw

hoelang wil je doorgaan
hopelijk nog lang
nimmer zal vergeten nu niet en nooit
hondstrouwe blik gestippelde vriend

— Twan Hendriks

Bekijk

Het Circuspaard

Koninklijk schudt het paard zijn manen
En overziet het de piste bij een hooggewaardeerd.
Het paradeert door de arena en overtuigt het publiek
Van zijn kunnen, zoals het heeft geleerd. Het springt
Door een hoepel, over de laatste hindernis en draaft
Spoorslags naar zijn stal ten einde van een belevenis.

Nog eenmaal ziet het om naar zijn publiek
Schudt het zijn manen met een edele chique.
Zo geeft het drie maal daags acte de presence
Op de passen van zijn paardendans. Blijft het
Trots excelleren; het publiek zal het blijvend waarderen.

Want het beste paard staat niet graag op stal;
Het wil blijven excelleren voor een publiek in duizendtal.

— Willem Bernardus Tijssen

Bekijk

Gebonden

bindt mij niet vast
al ben ik voor jou een last
mijn vleugels wil ik uitslaan
om de weide wereld in te gaan
wanneer mag ik boeken
om mijn Valken familie te bezoeken

laat me nu maar los
al veel te lang mis ik mijn bos
maar dat is het ergste niet
mijn stilste verdriet
zal ik je bekennen
is........
dat ik misschien nooit meer kan wennen
aan mijn natuurlijk bestaan
wat heb je met mij gedaan

— Marill Meijs

Bekijk

Foei poes!
Wat moet ik,
toch met jou beginnen.......
je neemt mijn hele deken in beslag
Zodra je naar je eigen plaatsje moet,
draai jij ondeugend je kopje weg
en gaat rustig door met spinnen!

— Droomster

Bekijk

Een witte dood

zag de
mieren vliegen
meeuwen zeilen
hemelhoog

een snelle wenk
onzichtbaar
vond gevleugeld
zwart een witte dood

waar warmte
eindelijk expansie gaf
en vrijheid los
van aarde was

gingen zij
met duizenden op
laatste vlucht de meeuwen
hebben dagenlang gerust

— Wil Melker

Bekijk

Een Leeuwendeel

De manen van een leeuw maken hem
Groter en markanter, tegelijk ook
Interessanter; ze accentueren de volheid
Van zijn vacht, geven hem iets van zijn
Mannelijke Kracht. Ze kronen hem tot koning van
De Dieren en geven hem iets extra's om te
Vieren.

Dat wat de leeuwin mist, heeft de natuur de
Leeuw niet betwist. Zijn het de manen die
Hem de legitimiteit verschaffen om in de natuur
Een winnaar te zijn?; hem hebben uitverkoren
Uit te groeien tot een icoon van volkeren
Groot en klein?

Zo wapperen zijn manen fier op vaandel en
Vlag tot glorie van menig natie en uiterlijk gezag.

— Willem Bernardus Tijssen

Bekijk

Door De Ogen Van Een Hond

Ik ben uw hond die zonder verdere vragen
Uw vriend wil zijn in alle dagen. Met mijn
Trouwe ogen kijk ik u altijd aan en nimmer
Ziet u in mij de ondankbare hond opstaan.

Ik ben uw hond die zonder te klagen
Ook op hondse dagen zijn hondenbaan
Wil dragen. Met u ga ik door de lange
Of door de korte bocht, neem ik u driemaal
Daags mee uit op uw noodwendige tocht.

Ik ben uw hond die bereid is uw werelds leed
Een stukje mee te dragen; die met zijn hondenneus
uw onraad ruikt in uw moeilijke levensdagen. Met
Compassie vraag ik u uw hond niet met uw stok te
slaan, maar hem te respecteren om zijn hondenbaan.

Ook al behandelt u mij honds en anders dan
Humaan; van geen enkel ander ondervindt u
Zo'n oprechte troost In uw bestaan. Als uw
Verlangen naar vriendschap aan u gaat knagen,
Vangt u bij mij geen bot , maar past uw
Hond als een een deksel op uw pot die
met u omgaat in al uw dagen.

— Willem Bernardus Tijssen

Bekijk

Dierenleed

Een leeuw brult in de nacht,
Als hij getart wordt in zijn kracht.
Is hij in het oerwoud de laatste der Mohikanen?
Een koning zonder onderdanen?
Al spoedig dooft zijn ster, als het schot
Van de jager klinkt van ver.

Een olifant trompettert luid,
Als zijn rust verstoord wordt om
slagtanden of huid. Is hij te groot
Voor de kast met het aardse porselein?;
Een relikwie waarover de mens meester moet zijn?
Al spoedig blaast hij zijn laatste adem uit,
Als hij geveld wordt door een dodelijke spuit.

Een chimpansee lacht zijn tanden bloot,
Als zij gefilmd wordt voor een apennoot.
Is zij het clowneske menselijke evenbeeld; Een
Spiegel die om zijn menselijke trekken niet verveelt.
Al spoedig verandert haar lach in een grimas,
Als zij merkt dat het haar laatste optreden was.

Is het de mens die het hardste brult?;
Die zich in dierenhuiden hult?
Is het de mens die met zijn aardgenoten speelt?;
Die van alles neemt en nimmer deelt?
In het dierenrijk lijkt zijn almacht groot; tot dat
De slang hem aan zijn laatste maaltijd noodt.

— Willem Bernardus Tijssen

Bekijk