Door De Ogen Van Een Hond
Ik ben uw hond die zonder verdere vragen
Uw vriend wil zijn in alle dagen. Met mijn
Trouwe ogen kijk ik u altijd aan en nimmer
Ziet u in mij de ondankbare hond opstaan.
Ik ben uw hond die zonder te klagen
Ook op hondse dagen zijn hondenbaan
Wil dragen. Met u ga ik door de lange
Of door de korte bocht, neem ik u driemaal
Daags mee uit op uw noodwendige tocht.
Ik ben uw hond die bereid is uw werelds leed
Een stukje mee te dragen; die met zijn hondenneus
uw onraad ruikt in uw moeilijke levensdagen. Met
Compassie vraag ik u uw hond niet met uw stok te
slaan, maar hem te respecteren om zijn hondenbaan.
Ook al behandelt u mij honds en anders dan
Humaan; van geen enkel ander ondervindt u
Zo'n oprechte troost In uw bestaan. Als uw
Verlangen naar vriendschap aan u gaat knagen,
Vangt u bij mij geen bot , maar past uw
Hond als een een deksel op uw pot die
met u omgaat in al uw dagen.
— Willem Bernardus Tijssen
Vind je dit gedicht mooi? Geef het een hartje.
Meer dieren gedichten
Foei poes!
Wat moet ik,
toch met jou beginnen.......
je neemt mijn hele deken in beslag
Zodra je naar je eigen plaatsje moet,
draai jij ondeugend je kopje weg
en gaat rustig door met spinnen!
— Droomster
Ik volg jou.
Ik aanbid jou.
Jij prachtige vlinder.
Jij die zich gracieus voortbeweegt.
Jij die mij zonder woorden vertelt,
in wat voor een wonderlijke wereld
ik leef.
— Ingrid van der Weegen
een boemertje βn klein teefje
van al bijna veertien jaar
altijd speels en zachtaardig
een βecht maatjeβ noemde ik haar
Een kwaadaardig gezwel
ontwikkelde zich
Geen pijn enkel blij en
vol met levenslust het afgelopen jaar
Met angstige voorgevoelens
observeer ik onze kleine hond
gezwel groeit immers nu gestaag
dartelt nog altijd vrolijk in het rond
Niets zal mij weerhouden
voor de pijn komt haar te laten slapen
en al de mooie herinneringen
in stilte verder draag.
— Droomster
Tussen het groen verborgen
in de kleurige klimop
'n Broedende merel
gezinnetje in de dop
Onbewust
het naderend gevaar
'n Scherploerende blik
van 'n sluipmoordenaar
Door moederlijke warmte
vredig omringd
Pa merel fluitend
zijn wiegenliedje zingt
Tot kille wreedheid
genadeloos toeslaat
Op de vlucht slaan
jammerlijk te laat
Worden angstige kreten
en 'n uiteengereten nest
Harde getuigen
van wat nog rest
— Dichterbij