Denk nog eens aan mij
Een eekhoorntje, een konijntje en een beertje
Zaten te lezen in de wei
Toen kwam er opeens een muisje bij, dat zei
Denk nog eens aan mij
Poëziealbumversjes – pagina 31
Op de wereld, dat is niet zo raar
Zie je veel gezichten bij elkaar
Er zijn er groot, er zijn er klein
Er zijn er grof, er zijn er fijn
Ook zie ik elke dag
Gezichten met een vrolijke lach
Maar één gezicht lacht heel erg gauw
Want dat gezicht, dat hoort bij jou
De moeder van een duizendpoot
is vreselijk ontevreden
want haar zoontje is zojuist
in de sloot gegleden
als je even rekent
weet je wat dat betekent....
op zijn hoofd een grote buil
en duizend kleine sokjes vuil
Als je soms in later jaren hoort
een vrolijk twied, twied, twied
Weet dat 't vogeltje wil zeggen:
"Zeg, vergeet ...(naam)... niet"
Ik wil voor je wensen
dat je met alle mensen
of je nu groot bent of klein
altijd de beste vriendjes zult zijn
Een plaatje hier, een plaatje daar
Zo, de versiering is al klaar
Nu nog snel mijn wens geschreven:
Ik hoop dat je lang en gelukkig zult leven
Een grote witte olifant
schreef mijn naam voor jou in het zand
Toen kwam de witte woeste zee
die nam mijn naam toevallig mee
Hij dreef weg naar Engeland
daar staat hij nu weer in het zand
Ik zal mijn naam nog eens duidelijk schrijven
als je voorgoed mijn vriendinnetje wilt blijven
Zeven kleine negertjes
die dansten in het rond
Ze zongen er een liedje bij
en stampten op de grond
Zeven kleine eskimo's
die gingen naar de zee
Ze haalden er een walvis uit
en legden 'm op een slee
Eskimo's of negertjes
die zijn heus net als jij
Al zijn ze wit, al zijn ze zwart
ze spelen even blij
Een houtworm zat in een keukenstoel
en at en at een heleboel
Op die stoel zat tante Lien
ze had de houtworm nog nooit gezien
En die at maar door en at maar door
totdat de stoel krikte en krakte
En tante Lien om kwart voor tien
pardoes door de stoel heen zakte
Een vogel zat op het zebrapad
in elkaar gedoken
Al vliegend door de grote stad
had hij een poot gebroken
De mensen dromden er omheen
daar op het drukke plein
't Verkeer stond stil... nou zie je maar
hoe lief de mensen zijn
Wees vriendelijk en goed
Voor elk die je ontmoet
Toon altijd weer je gulle lach
Waardeer dat ieder je graag mag
Laat steeds de zon je vriendje zijn
Dan heb je altijd zonneschijn
Als je dan zo het leven ziet
Dan is het heus zo kwaad nog niet
Het geluk is als een vlinder
die altijd net buiten jouw bereik is
als je er jacht op maakt
maar die mogelijkerwijs op je neer strijkt
als je rustig blijft zitten
God heeft de wereld mooi gemaakt
Met dieren groot en klein
Met bomen, bloempjes in het gras
In Zijn wereld mag jij er zijn!
Wees steeds de lelie gelijk
Eenvoudig als het viooltje rijk
Trouw als de klimop aan de rots
Dan word je een kind ter ere Gods
Er vallen zonnestraaltjes
in ieder mensenhart
Ze delen er vreugde
ze delen er smart
Wij zullen het meest genieten
van licht en zonneschijn
Wanneer wij op onze beurt
zelf zonnestraaltjes zijn
Waar je woont op deze wereld
tussen bloemen of beton
Elke dag is er nieuw leven
elke dag een nieuwe zon
Elke dag een nieuwe kans ook
om opnieuw op weg te gaan
En te kiezen voor het wonder
van de Heer in ons bestaan