Poëziealbumversje / gedicht: ‘Een houtworm zat in een keukenstoel’
Een houtworm zat in een keukenstoel
en at en at een heleboel
Op die stoel zat tante Lien
ze had de houtworm nog nooit gezien
En die at maar door en at maar door
totdat de stoel krikte en krakte
En tante Lien om kwart voor tien
pardoes door de stoel heen zakte
Vind je dit gedicht mooi? Geef het een hartje.
Meer poëziealbum gedichten
Foei, foei, een vouwtje in dit blaadje
en bovendien nog vastgeplakt
Wat zou dat wezen? vraag je gewis
is het weer iets dat mode is?
Nee, welnee, mijn beste meid
't is enkel voor de aardigheid
Zodat je onder al je vrinden
mijn blad het eerst terug zult vinden
Toen je mij vroeg in je album te schrijven
ben ik meteen naar mijn tuintje gegaan
En plukte daar een handjevol bloemen
waarvan er nu drie op dit albumblad staan:
Het blauwe viooltje, symbool van trouwheid
en tevens de troostende witte margriet
En opdat je ook nog eens aan mij zult denken
tenslotte de kleine vergeet-mij-niet
Ben je boos?
Pluk een roos!
Helpt dat niet?
Geen verdriet!
Pak een doos en geef die een schop
Scheur hem dan in stukken
Hè, hè, dat lucht op!
— ingezonden door A. van Klooster
Eerst een knopje op een steel
Later wordt het groot en geel
Net een stralend zonnetje
Tot het eindelijk overal
Zilveren pluisjes krijgen zal
Net een lampionnetje
Als je dan met een keer blazen
Al die pluisjes weg kunt jagen
Word je minstens honderd jaar
Werkelijk waar!
Probeer het maar!