Direct naar de inhoud

Spreekwoorden met de W – pagina 5

A B D E F G H I J K L M N O P R S T U V W Z

Wie kakelt, moet ook eieren leggen

Wie veel praatjes heeft, moet ook tot actie overgaan en het niet alleen bij die praatjes laten.

Wie koopt wat zijn gerief is, moet verkopen wat hem lief is

Impulsaankopen zijn slechte en dure aankopen, die je problemen kunnen brengen.

Wie maaien wil, moet zaaien

Als men een bepaald resultaat wilt behalen, dan zal men zich daarvoor ook moeten inspannen.

Wie met een paard uitgaat, gaat met zijn meester uit

Behandel je paard(en) netjes.

Wie met messen speelt, kan zich gemakkelijk snijden

Als je met vuur speelt, kun je je ook gemakkelijk branden; waar je een nadeel kan verwachten, daar ontstaat het ook vaak.

Wie met pek omgaat die wordt ermee besmet

Als je je inlaat met gespuis, wordt je zelf ook een verkeerd persoon.

Wie mooi wil zijn, die moet pijn lijden

Als je mooi wilt zijn, moet je daar ook veel voor over hebben.

Wie naar de hemel spuwt die spuwt in zijn eigen gezicht

Als je God beledigt, dan zal je daarvoor niet ongestraft blijven.

Wie niet braden kan, moet uit de keuken blijven

Men dient zich niet te mengen in zaken, waar men geen kennis van heeft.

Wie niet horen wil, moet voelen

Als je goede adviezen stuk slaat, dan zal je zelf de consequenties moeten dragen.

Wie niet sterk is, moet slim zijn

Intelligentie brengt je vaak verder dan domme kracht.

Wie niet werkt, zal niet eten

Om je brood te verdienen moet je wel werken.

Wie nood heeft, die moet pompen

Als je grote problemen hebt, moet je hard werken.

Wie ogen heeft die ziet

Let goed op wat er in je omgeving plaatsheeft, wat je ziet is belangrijk.

Wie pardon vraagt, erkent schuld

Je bekent je schuld als je je excuses ergens voor aan gaat bieden.

Wie pleit om een koe, geeft er een toe

Procederen loont vaak niet de moeite.

Wie regeert moet vooruitzien

Als je ergens de leiding hebt, moet je je plannen op de lange termijn afstemmen.

Wie schuldig is, droomt van de duivel

Het geweten van een schuldig persoon, speelt vroeg of later altijd op.

Wie slaapt die vangt geen vis

Als je ergens niets aan doet, bereik je ook geen resultaat.

Wie slaapt in de zaaitijd, vindt ook geen maaltijd

Als je op het moment dat je je moet inspannen geen inspanning levert, dan zal het gewenste resultaat je ook ontglippen.

Wie slaapt, zondigt niet

Als men slaapt, kan men ook geen foute dingen doen.

Wie te veel bewijst, bewijst niets

Het gaat juist om de kwaliteit van de bewijzen en niet om de kwantiteit.

Wie tegen een goede boom leunt, heeft goede schaduw

Als je mensen die iets bereikt hebben in je omgeving hebt, pluk je daar ook de vruchten van.

Wie veel begeert, veel ontbeert

Men moet tevreden kunnen zijn met wat men heeft en niet nog weer meer willen hebben.

Wie voor de galg geboren is, verdrinkt niet

Een boef zal uiteindelijk altijd de straf krijgen die hem past.

© Copyright 1996-2026