Direct naar de inhoud

Spreekwoorden met de W – pagina 6

A B D E F G H I J K L M N O P R S T U V W Z

Wie voor een dubbeltje geboren is, wordt nooit een kwartje

De sociale laag waarin je geboren bent is maatgevend voor hoe je later terecht komt, men zal niet niet veel verder komen dan die sociale laag.

Wie wat bewaart, heeft wat

Als je iets achter de hand houdt, kun je daar later (als er minder van is) van profiteren.

Wie wat heeft, krijgt wat

Als je in een betere positie verkeerd, komt je vaak ook nog veel meer toe.

Wie wil, die kan

Door iets (graag) te willen is al het halve resultaat bereikt.

Wie wind zaait, zal storm oogsten

Als je iets (opzettelijk) fout doet, dan moet je daar vaak (zwaar) voor bloeden.

Wie zaait die zal ook oogsten

Als je je inspant voor iets, dan zal dat ook tot resultaten leiden.

Wie zich dood werkt, wordt onder de galg begraven

Wie tegenwerkt, ondervindt daar vaak ook het nadeel van; tegenwerken heeft geen zin.

Wie zichzelf niet kietelt, lacht nooit

Je mag je zelf best eens een pluim geven.

Wie zijn billen brandt, moet op de blaren zitten

Als je foute dingen doet, dan zul je ook de verantwoordelijkheid die daaruit voortvloeit moeten accepteren.

Wie zijn gat brandt, moet op de blaren zitten

Als je ergens (door eigen toedoen) nadeel oploopt, zul je dat ook moeten accepteren en de gevolgen ervan moeten dragen.

Wie zijn hoofd vergeet, moet zijn benen gebruiken

Als je iets vergeet mee te nemen of te doen, moet je tweemaal lopen of werken.

Wie zijn lijf bewaart, bewaart geen rotte appel

Het is een goede zaak om je lichaam goed te verzorgen.

Wie zijn neus schendt, die schendt zijn aangezicht

Je moet je afkomst en je directe familie niet verloochenen.

Wie zijn schulden betaalt die verarmt niet

Als je je schulden inlost, dan wordt je niet arm.

Wie zijn vrouw liefheeft, laat haar thuis

Vrouwen dienen het beste in de huishouding. Gaan ze aan het werk, dan raken ze gemakkelijk aan een andere vent.

Wie zoekt, die vindt

Als je iets echt wilt vinden, dan vind je het ook.

Wiens brood men eet, diens woord men spreekt

Men redeneert en spreekt zoals degene door wie hij wordt betaald.

Wijn smaakt altijd naar de stok

De afkomst van iets, laat zich altijd zien.

Winst baart nijd

Als je het goed hebt, kan dat gemakkelijk tot nijd leiden.

Woorden zijn geen oorden

Met babbels alleen verricht men geen werk

Woorden zijn winden, schriften verbinden

Onder gesproken woorden kan men gemakkelijk uitkomen, maar als woorden op papier staan, dan kan men gemakkelijk nakoming vorderen.

Wraak smaakt zoet

Het kan soms goed en rechtvaardig voelen, om iemand die het heeft verdiend te kwellen of te grazen te nemen.

© Copyright 1996-2026