Direct naar de inhoud

Spreekwoorden met de W – pagina 3

A B D E F G H I J K L M N O P R S T U V W Z

Wie aan boord is, moet meevaren

Als je samen met anderen een bedrijf hebt, zal je ook in slechte tijden mee moeten besturen en werken.

Wie aan de weg timmert, heeft veel bekijks

Als je een publiek persoon bent, dan weet je dat je behoorlijk onder vuur kunt liggen / er gemakkelijk over je geroddeld kan worden.

Wie appelen vaart, die appelen eet

Als je bepaald werk doet voor een ander, heb je vaak ook de voordelen die daarbij horen.

Wie baas is, moet baas blijven

Als je de baas bent, moet je zorgen dat je in die positie blijft.

Wie betaalt bepaalt

Wie het geld heeft, mag bepalen hoe is gaat of verloopt.

Wie bij de hond slaapt, krijgt ook de vlooien

Van vrienden en partners neemt men doorgaans het meest gemakkelijk (slecht) gedrag over.

Wie boter op zijn hoofd heeft, moet niet in de zon lopen

Als je geweten niet schoon is, kun je je beter niet blootstellen aan kritiek.

Wie broeken spreekt, moet rokken zwijgen

Een vrouw moet zich schikken naar de overtuigingen van haar man.

Wie dan leeft, die dan zorgt

Het heeft geen zin om je druk te maken, om problemen die nu helemaal nog niet spelen.

Wie de bramen vreest moet uit het bos blijven

Als je moeilijke zaken niet durft aan te pakken, begin er dan helemaal niet aan.

Wie de dochter hebben wil, moet met de moeder vrijen

Als je een relatie met een meisje wil hebben, zal je in goede aarde moeten vallen bij haar moeder.

Wie de goden liefhebben sterven jong

Mensen die er voor gaan in het leven, overlijden vaak te jong.

Wie de jeugd heeft, heeft de toekomst

Als je jongeren kunt overtuigen van je standpunten, dan zullen ze die in de toekomst ook praktiseren of uitdragen.

Wie de koe koopt, heeft het kalf toe

Als je met een vrouw gaat die al kinderen heeft, dan krijg je het gedoe van haar kinderen er gratis bij.

Wie de lusten wil, moet ook lasten dragen

De nadelen komen tegelijk met de voordelen.

Wie de naam heeft vroeg op te staan, kan ook lang blijven liggen

Als je veel presteert, maalt men er niet om als je een keer losbandig gedrag laat zien.

Wie de roede spaart, die haat zijn kind

Kinderen moet je op zijn tijd goed de les lezen of een straf geven, want daar plukken ze later de vruchten van.

Wie de roos wil plukken, moet ook de doornen niet ontzien

Als je iets wilt hebben, accepteer dan ook de nadelige kanten ervan.

Wie de ruiten breekt die zal ze betalen

Als je een fout begaat, moet je zelf op de blaren zitten.

Wie de schoen past, trekke hem aan

Degene die iets gedaan heeft, die moet zich aangesproken voelen, om wat wordt gezegd.

Wie de vis heeft, moet ook de graat hebben

Als je een voordeel wilt hebben, zul je ook de bijkomende nadelen erbij krijgen en moeten accepteren.

Wie dikwijls te gast wil gaan, moet dikwijls noden

Als men als gast goed onthaald wil worden, dan zal men ook zijn eigen gasten goed moeten onthalen.

Wie distels zaait, zal stekels maaien

Als je slecht bezig bent (voor een ander), zal je vroeg of laat daar zelf ook last van ondervinden.

Wie een ambacht heeft geleerd, vindt de kost waar hij verkeerd

Als je een goed vak hebt geleerd, kun je overal je brood verdienen.

Wie een boer wil bedriegen, moet een boer meenemen

Men kan alleen tegenwicht bieden aan boerenslimheid met dezelfde boerslimheid; boeven vang je moet boeven.

© Copyright 1996-2026