In de hemel wonen engeltjes
op aarde zijn er geen
daar zijn alleen maar bengeltjes
en daarvan ben jij er één
Poëziealbumversjes – pagina 35
Van 0 tot 100
10 - dat zijn je kinderjaren
20 - ga je aan het sparen
30 - moet je zijn getrouwd
40 - ben je daarvoor te oud
50 - ga je aan het zakken
60 - krijg je ongemakken
70 - daalt het leven af
80 - kun je naar het graf
90 - kun je net nog leven
100 - is je door God gegeven
Ik schrijf op mijn gatje
ik zing als een katje
.....(naam)..... jij o zo lief
terwijl ik jouw hartje dief
ik vind het fijn
altijd jouw vriendin te zijn
Wees vrolijk als een nachtegaal
Vriendelijk als een zonnestraal
Op school een tien voor vlijt
En thuis... een lieve meid
Ik ken een aardig meisje
Wil je haar eens zien?
Kijk dan in de spiegel
Dan zie je haar misschien
Met een auto kun je rijden
honderd mijlen wel per uur
En op schaatsen kun je rijden
minder snel en minder duur
Maar goedkoop en toch erg vlug
denk je hier aan mij terug
Vergeet niet
dat elke dag
je wordt aangereikt
als een eeuwigheid
om gelukkig te zijn
Blauw is de hemel
En blauw is het meer
Schoon is je hemdje
maar 's zaterdags niet meer
Wees tevree met kleine dingen
Met een bloemetje dat bloeit
Met de vogeltjes die zingen
Met een vlindertje dat stoeit
Met de heldere regendruppels
Met de blijde zonneschijn
Wees tevree met kleine dingen
En je zult gelukkig zijn
Eer zet een kraai een slaapmuts op
Eer danst een haring op zijn kop
Eer zwemt een schelvis in de pan
Eer dat ik jou vergeten kan
Ietje, wietje, watje
er zat een aardig katje
te spinnen in de zon
en weet je wat het spon?
Ietje, wietje, watje
....(naam).... is een schatje!
Op een dag vol mist en regen
heb ik je dit vers geschreven
'k wou dat ik voorspellen kon
dat je dikwijls nog na dezen
in dit boek mijn vers zult lezen
lekker zittend in de zon!
Gaat 't buiten soms stormen
zo hard als het wil
Maar 't zonnetje binnen
schijnt vriendelijk en stil
Voor ouden en jongen
voor groot en voor klein
Voor ieder kan 't binnen
een zonnetje zijn
Ik liep eens langs een weggetje
en zag drie bloempjes staan
Het eerste was een boterbloem
die stond me niet zo aan
Het tweede was een paardebloem
ook die beviel mij niet
Het derde moest het wezen
't was een Vergeet Mij Niet
Vier kikkertjes kwaakten een liedje
een liedje vrolijk en blij
Zeg, wil je de woorden graag weten?
die waren: "Herinner je mij"