Stille Nacht
klinkt het liedje
Stille Nacht
zal deze nacht ook
warm en genegen zijn
voor ieder
zal voor ieder rust zijn
zal Kerstmis vredig zijn
geen oorlog 'geen ruzie'
geen daklozen
Hoop voor degene
die geen uitweg zien
verzachting voor pijn
geen eenzaamheid
zachtjes klinkt in de verte
het liedje Stille Nacht
Kerstmis is een feest
dit is ieder gegund
geen hoop van stenen
maar zachtheid
van warmte
voor het pasgeboren kind
Kerstgedichten
Welkom bij het prachtige kerstgedichten 2024 gedeelte van Gedachten-gedichten. Kerst is één van de mooiste feesten van het jaar: warmte, gezelligheid, eten en drinken, en mogelijk ook het geloof komen in deze tijd samen. Ook over kerstmis en het kerstfeest bestaan er vele kerstgedichten, zowel kerstgedichten en gedichtjes over het kerst zelf als kerst gedichten geschreven bedoeld voor de ander, die u in deze tijd van het jaar een kerstgedicht wilt schrijven of geven. Daarbij vindt u hier (grappige) kerst gedichten over (en met) de kerstman, kerstbomen, kerstlichtjes, kerstavond en de kerststal. Gedachten - gedichten wenst u alvast fijne feestdagen!
Op zoek naar iets specifieks? Bekijk onze korte kerstgedichten voor op een kerstkaart, christelijke kerstgedichten met een boodschap, of Engelse kerstgedichten. Zo vind je voor iedereen een passend kerstgedicht — voor op de kaart, bij een cadeau of om voor te dragen tijdens het kerstdiner.
Het echte feest
zag uitgestrekte handen
hoorde muziek
maar was er zelf niet
het groene bomenfeest
de feeërieke kerstverlichting
versierde tafels vol drank en vlees
heb het losgelaten
om weer bij de herders
en hun schapen te zijn
de stal te ruimen
voor het kind dat komen gaat
waarvan de ouders buiten staan
tegen kou de os en ezel
warmte van dieren om
samen het echte feest te vieren
— Wil Melker
Christelijke kerstwens
Daar in die donkere nacht
hielden herders de wacht
terwijl op aarde daalde neer
'Jezus Christus onze Heer'.
Herders kwamen tot Bethlehem
en hoorden daar de engelenstem.
Looft God want Christus daalde neer
'prijs nu prijs nu de Heer'.
Ze kwamen tot de beestenstal
en daar lag het kindje wat koning zijn zal
teneer in de doeken
in een van de hoeken.
Daar in die donkere nacht
hielden herders de wacht
terwijl op aarde daalde neer
'Jezus Christus onze Heer'.
Pasgeboren kind
Een belofte
Van een leven voor je
Niemand weet hoe het loopt
We mogen je sturen
En helpen keuzes te maken
Uiteindelijk zelfstandig te zijn
Is het doel.
Hoe zal Maria dat gedaan hebben
Met zo’n bijzonder kind
Viel er wat op te voeden en te sturen?
Of was zij het die opgevoed werd
Door haar zondeloze zoon
Die alles van God in zich droeg.
Naast haar pasgeboren kind
Verwondert ze zich
Over zijn menselijkheid
En voelt ze zich zijn moeder
Maar in haar hart weet ze
Dat niets gewoon zal zijn
En dat Gods grootheid
Hier in de Kribbe ligt.
— Marga Leendertse
Trendy opgetuigde bomen
kerst
is door de eeuwen
aangekleed met symboliek
maar ezel en de os
de herdertjes bij nachten
zij mogen blijkbaar niet
wel de grote piek
in trendy opgetuigde bomen
wachtend tot natuurbehoud gaat komen
waar blijven onze dromen
als de stallen zijn geschoond
het laatste stro is weggeveegd
het meisje met de zwavelstokken
breit nu sokken voor een hongerloon
echte vrede is er nooit geweest
— Wil Melker
Kerstfeest, het geweldige feit
Van de geboorte van Gods zoon
Die neerdaalde van de troon
Tot heil van heel de mensheid.
In Bethlehem werd Hij geboren
In een donkere, stille nacht
Niemand had Hem verwacht
Maar iedereen zou het horen.
Een Goddelijk mensenkind
Wonderlijk verwekt
In een kribbe toegedekt
Door God de Vader bemint.
Een leger van engelenkoren
Vol van kleuren en pracht
Zongen in deze heilige nacht
Omdat Jezus, was geboren.
Dat allen het mogen weten
Dat Jezus de redder is gekomen
Onze schuld heeft weggenomen
Dat we dit nooit zullen vergeten.
De grootste liefde van God
Een wonder ons gegeven
Dat ons doet herleven
Tot vrede en heil genot.
Laten we knielen voor Hem neer
Aanbidden, danken en loven
In Zijn goedheid blijven geloven
Jezus, onze Heiland , onze Heer.
Een wonder aanschouwd
Er hing in het bos een dichte mist.
Ik verdwaalde, had me in de weg vergist.
Het werd al donker, de avond viel.
Ik was zo alleen, een dolende ziel.
Ik hoorde geritsel, ik hoorde gepiep.
Ik zo bang dat ik snel verder liep.
In het duister zag ik zomaar een licht.
Er kwam toen een glimlach op mijn gezicht.
Daar midden in dat mistige woud
was door mensen een huisje gebouwd.
De voordeur van dat huis stond open,
ben zonder kloppen naar binnengelopen.
"U komt als geroepen," zei toen een man.
"Mijn vrouw krijgt een kind, toe help me dan."
De zoon werd geboren met veel gemak.
Zij waren verheugd, gaven me onderdak.
Toen ik de volgende morgen was uitgeslapen,
werd ik gewekt door gemekker van schapen.
Ik lag tussen hen in, lekker warm in het hooi.
De zon was al op en straalde zo mooi.
Er kwamen twee herders die staarden me aan.
Het leek me dus beter om verder te gaan.
Ze wisten niets van een kind in het woud.
Had ik die nacht een wonder aanschouwd?
Kerstmis komt langzaam eraan
Het begint langzaam aan te komen
Stilletjes komt het er weer aan
Het worden langzaam witte bomen
Kerstmis komt langzaam eraan
Iedereen zet hun kerstboom op
Iedereen is vroeg op de been
Iedereen is blij en zingt volop
En niemand is meer alleen
Er wordt een groot feest gebouwd
Op tafel is er veel lekker eten
Buiten wordt het heel erg koud
En de kerstman mag niet worden vergeten
Zonder hem is er geen kerst mis
Er komt dan ook geen speelgoed
Alles gaat dan erg mis
En dat is dan weer niet goed
In Betlehem wordt dan ook een kind geboren
Er staat daar een hele lange rij
Misschien is daar alles bevroren
Maar toch is er iedereen bij
De ezel en een os
De lammetjes en de schapen
Liggen allemaal op het mos
En de kleine ligt in zijn kribbe te slapen
Dan vieren wij hier ons feest
De gezelschap die rond de familie hangt
De pastoor die dan een verhaaltje voorleest
Dat is waar iedereen nou naar verlangt
Jozef zat stil te staren,
hij kon het niet verklaren.
Hoe kon het dat zijn lieve vrouw
zwanger was, ze was hem toch trouw?
In het lot schikken moest hij zich,
het kleine, onschuldige wicht
dat in haar schoot verborgen was,
Zou geboren worden alras.
Dan samen nog de reis ondernemen,
en zij was al zover henen,
ze liep toch reeds op alle dag
en zitten op een ezel! 't is wat men vermag.
Vele vragen die hem bezig hielden,
soms wist hij niet wat hem bezielde.
Weglopen van dat alles ging niet meer,
zijn gedachten gingen ?
Maria, vermoeid zag ze hem aan,
"Jozef we moeten verdergaan".
Bij de herbergen moet je kwartier gaan vragen,
het kind wordt te zwaar om nog te dragen.
Jozef, opschrikkend uit zijn gedachten,
moest een plaats vinden om te overnachten.
Het kindje kondigde zich al aan,
Maria die koest nu rusten gaan.
Ongerust en vol met zorgen,
keek hij op naar de dag van morgen.
Toen hij Maris in haar gezichtje keek,
zag zij van vermiedheid bleek.
Nergens kon hij onderdak vinden,
niet eens een plek om het ezeltje aan te binden, zodat ze even rusten konden,
het liep al tegen de morgenstonde.
Een man, vervult met mededogen,
keek Mariain haar ogen,
en wees Jozef de weg naar een stal.
"Opdat zij wat rusten zal."
Waren zij daar aangekomen,
engelenzang werd er vernomen.
Herders in de velden knielden neer,
en vonden het kindje teer,
slapend bij zijn moeder,
en Jozef was hun hoeder.
Toen hij hen daar beiden zo zag,
verscheen er op zijn gezicht een lach.
Het vertrouwen tussen Jozef en de Heer,
was er op dit moment alweer.
Zijn vrouw en zijn kindje zoet,
nu was ook voor Jozef alles goed.
Wittend in een felle kou
ze zingen sneeuw
uit hoge tonen vallend
aarde wittend in een felle kou
het orgel jankt
met donkere klanken
de lange tocht van man en vrouw
haar weeën komen en
de melodie verhaalt van pijn
er zal geen plaats meer in de herberg zijn
een stal ontvangt het kindje
de wiegeliedjes klinken fijn
dieren neuriën een zacht refrein
het koor verluidt zijn sterren
de sopraan straalt beeldschoon Bethlehem
een stem zingt koningen van verre
de nacht verstilt en heiligt de
muziek van herders en hun schapen
brengt ons de vrede lang verwacht
— Wil Melker
Op het smetteloos wit
voor mij het met
sneeuw bedekte dal
een vage droom
van arrenslee en dennengroen
de sfeer van toen
een klare lucht
met heldere ster
maar achter mij
bourgondisch feestgedruis
uit het fel verlichte huis
waar kerst in overdaad
op tafel staat
zij schuiven aan
al licht verhit snel knoeiend
op het smetteloos wit
ben niet terug gegaan
maar blijven staan
wist dat het kind zou komen
weer op dezelfde plaats
waar de ster nu staat te dromen
— Wil Melker
Mijn kerstgroep
ik had een vredige
kerstnacht verwacht
dacht mijn schaapjes
op het droge maar
het zwarte dat ontbrak
we zijn gaan zoeken
op de velden waar
herders hun kudde telden
klopten aan bij stallen
het bleef spoorloos voor allen
heb mijn kerstgroep
toen eens goed bekeken
maria jozef en de beesten
ook daar geen taal of teken
van mijn vermiste schat
tot het kind
begon te huilen
dat in een kribbe lag
zij wees mij met heldere ogen
waar het zwarte schaap te vinden was
— Wil Melker
Feest
Even de frisse lucht in
de donkere nacht lonkt
Weer even goede zin
de frisse lucht verjongt
Lampjes branden alom
ik zet mijn tred aan
Loop een beetje krom
maar wil er toch voor gaan
Op weg naar het feest
het feest van het kind
Ben er jaren niet geweest
wilde toen zelf worden bemind
Nu is er weer een reden
nu kan ik samen gaan
Te lang het feest vermeden
is nu echt van de baan
— Bram S.
Hemels geboortebericht
In de schaduw van het licht
ligt ergens in het stro
een moegestreden moeder
haar ogen opgelicht.
Er is geen bed op klossen,
ze heeft geen wieg, geen kruik
en geen elektrisch licht.
De man kijkt in het rond en vindt
een voerbak
voor het pasgeboren Kind.
Kijk eens door de kier
van het kapotte dak
het is de ster
waarover men sprak,
die schijnt op het Kindergezicht
dat schittert van licht!
Met een stralend gezicht
vertrekken verwonderde herders.
Volg dan hun spoor van licht,
geef het aan iedereen door,
dit hemels geboortebericht.
— Coby Poelman - Duisterwinkel
Fluistering in de kerstnacht
Jozef,
slaap je al?
Nee?
Ik kan ook
de slaap niet vatten.
Ik wil je nog
graag zeggen
dat ik je
geweldig vind
zoals je me
gesteund hebt
met het Kind,
je bent zo’n
goede man
en vader,
kijk eens
hoe Hij daar ligt,
er is een glans
op Zijn gezicht
en Jozef,
wat er ook
gebeuren zal,
God heeft het zo
gewild en
het is goed,
o Jozef,
wat bewonder ik
je moed.
— Coby Poelman - Duisterwinkel