Kerstgedicht: βMijn kerstgroepβ
Mijn kerstgroep
ik had een vredige
kerstnacht verwacht
dacht mijn schaapjes
op het droge maar
het zwarte dat ontbrak
we zijn gaan zoeken
op de velden waar
herders hun kudde telden
klopten aan bij stallen
het bleef spoorloos voor allen
heb mijn kerstgroep
toen eens goed bekeken
maria jozef en de beesten
ook daar geen taal of teken
van mijn vermiste schat
tot het kind
begon te huilen
dat in een kribbe lag
zij wees mij met heldere ogen
waar het zwarte schaap te vinden was
— Wil Melker
Vind je dit gedicht mooi? Geef het een hartje.
Meer kerst gedichten
Als Kerst en Pasen samen vielen
zouden we voor de paashaas knielen
eieren in de kerstboom hangen
en met Pasen veel cadeautjes ontvangen
Gelukkig is dit allemaal niet waar
Een fijne Kerst en een heel gelukkig nieuw jaar!
Het wordt Kerst, dat is te zien hoor
want daar midden op het plein
staat me toch een grote boom zeg
hij moet hoog tien meter zijn
Aan zijn takken hangen kaarsjes
branden doen ze dag en nacht
's avonds lijken het net sterren
het zijn de mooiste die ik zag
Rond de boom staan houten kraampjes
vol met dozen engelenhaar
slingers, lampjes, glinsterballen
vast wel duizend bij elkaar
Het ruikt overal naar worstjes
chocola en erwtensoep
maar ook naar de dennenboom
bij de kerkmuur op de stoep
Hoor je 't vrolijke muziekje?
't komt van achteraan het plein
waar een draaimolen snel-langzaam
ronddraait als een sprookjestrein
Hij is wit, met goud beschilderd
en versierd met dennengroen
heeft niet één maar twee etages
waarop je een rit kan doen
Het wordt Kerst, misschien een witte
want heel stil, zonder gerucht
dalen kleine witte vlokjes
uit de donkergrijze lucht
— Carry W. Zijlstra-van Dijk
Het was een bijzondere maaltijd,
Jezus was uitgenodigd bij Simon
Die Hem een maaltijd had bereid
Of nu het volgende, voor of na,
het eten begon?
Weet ik niet met zekerheid?
Maar een vrouw, die een zondares was
Vond Jezus, daar bij Simon
Dragende een zalf, in een fles van albas
Waar haar Heilands, voetwassing begon?
Met vele tranen van haar ogen
Werden Jezus voeten nat,
Met haar haren mocht zij ze drogen
O!, wat groot was haar Liefde die zij bezat..
Geen enkel woord heeft zij gesproken
Maar met kussen, en geween
Haar zondaarsleven was verbroken
Haar Liefde dreef haar, tot Jezus heen?
Zij mocht ook zalven, Jezus voeten
Uit dankbaarheid, heeft ze dit gedaan
Dat Hij, voor haar zonden wou boeten
Toen?? zag Jezus haar aan?
En sprak?, vrouw ga in vrede heen
Weet dat u, door uw geloof behouden zijt
Uw geloof dreef u tot Mij, uw geloof alleen
Zij mag Hem nu loven, nu en in eeuwigheid?
Kaarsengedichtje voor advent
Er staan vier kaarsjes op een rij
te wachten op het feest.
EΓ©n lichtje laat ons alvast zien
hoe mooi het is geweest.
Nu mogen er twee kaarsjes aan,
ons wachten wordt beloond.
Het wordt steeds lichter in de kerk,
dit huis waarin God woont.
Vandaag branden drie kaarsjes,
drie vlammetjes van licht
vertellen van het Kind dat komt,
is dΓ‘t geen mooi bericht?
Nu mag het vierde kaarsje aan.
Vier lichtjes laten horen:
nog een paar nachtjes slapen,
dan wordt het Kind geboren.
— Coby Poelman - Duisterwinkel