Kerst
Het is vanavond kerstfeest,
de boom hangt dan goed vol.
Daarvan hou ik het meest,
met meer dan één kerstbol.
Het is dan bijna nieuwjaar,
iedereen krijgt dan pakjes.
Dat is een lief gebaar,
hopelijk ligt er sneeuw op de dakjes.
Boven aan de boom staat er een ster,
het kindje werd geboren.
De koningen kwamen van ver,
geen moment de weg verloren.
Het feesten is spijtig genoeg dan gedaan,
we moeten terug naar het werk gaan.
Na de kerst hebben we echt veel spijt,
we hopen dat het jaar snel slijt.
Kerstgedichten – pagina 3
Feest
Even de frisse lucht in
de donkere nacht lonkt
Weer even goede zin
de frisse lucht verjongt
Lampjes branden alom
ik zet mijn tred aan
Loop een beetje krom
maar wil er toch voor gaan
Op weg naar het feest
het feest van het kind
Ben er jaren niet geweest
wilde toen zelf worden bemind
Nu is er weer een reden
nu kan ik samen gaan
Te lang het feest vermeden
is nu echt van de baan
— Bram S.
Kerstmis samen zijn voor alle mensen
kouder en kouder worden de dagen
zonder dat wij erom vragen
de Kerstsfeer hangt weer in de lucht
de geur van dennenbomen
geeft ons het gevoel van herinnering
van een geboortenis Kerstmis
maar waar is de tijd van vrede en stilte
van rust en een gebed voor het Kind dat is geboren
in een krib met stro bedekt
laat ons samen zijn hier op aarde
elk een beetje warmte een beetje begrip
zodat we samen bidden
dan O Heer dat ge zorgt voor alles
ook voor het licht
Kerstmis samen zijn voor alle mensen
groot en klein zodat we in deze wereld
één groot gezin zijn
Kerstnacht
Licht jaagt het donker op
en straalt het schijnsel van het vuur teniet
bedek je ogen
bedek je ogen
voor dit licht valt het bestaan
het mager bestaan van tekort op tekort
voorgoed in duigen
Dan staat het lied aan de lucht
Ongehoord van volheid
Verzadigd van vrede
Het sneeuwt van hemel
Ere
Vrede
Welbehagen
Deze nacht draait de wereld om
Wie de hand van het Kind vat, vindt vrede getekend.
— Friedel
Hemels geboortebericht
Hemels geboortebericht
In de schaduw van het licht
ligt ergens in het stro
een moegestreden moeder
haar ogen opgelicht.
Er is geen bed op klossen,
ze heeft geen wieg, geen kruik
en geen elektrisch licht.
De man kijkt in het rond en vindt
een voerbak
voor het pasgeboren Kind.
Kijk eens door de kier
van het kapotte dak
het is de ster
waarover men sprak,
die schijnt op het Kindergezicht
dat schittert van licht!
Met een stralend gezicht
vertrekken verwonderde herders.
Volg dan hun spoor van licht,
geef het aan iedereen door,
dit hemels geboortebericht.
— Coby Poelman - Duisterwinkel
Fluistering in de kerstnacht
Fluistering in de kerstnacht
Jozef,
slaap je al?
Nee?
Ik kan ook
de slaap niet vatten.
Ik wil je nog
graag zeggen
dat ik je
geweldig vind
zoals je me
gesteund hebt
met het Kind,
je bent zo’n
goede man
en vader,
kijk eens
hoe Hij daar ligt,
er is een glans
op Zijn gezicht
en Jozef,
wat er ook
gebeuren zal,
God heeft het zo
gewild en
het is goed,
o Jozef,
wat bewonder ik
je moed.
— Coby Poelman - Duisterwinkel
Begenadigd
Zie je Ruth lopen
met op haar rug
een zak vol gelezen aren,
zie je haar ogen
waarin de glans
van wat ze heeft ervaren?
Zie je Maria
die na het bezoek
van de engel begint te zingen,
zie je haar bewogen
hart, overmand door
zegeningen?
Twee begenadigde vrouwen,
vol geloofsvertrouwen
in Ruth een ontluikende liefde
voor haar gevonden losser,
in Maria het groeiende kind,
de komende Verlosser.
Zie ik mezelf
in het licht van de nacht
waarin ik vergeving vroeg?
Mijn Verlosser ziet mij,
Hij heeft het volbracht.
Zijn genade is mij genoeg.
In mijn ogen verschijnt
de glans van Ruth,
met Maria begin ik te zingen,
doordat mijn Verlosser leeft
voel ik mijn hart opspringen.
— Coby Poelman - Duisterwinkel
De stilte van de kerstnacht
De stilte van de kerstnacht
Maria, het jonge meisje,
pas het Kind gebaard
overdenkt
wat ze destijds
in haar hart
heeft bewaard,
de woorden van de engel
en van Elisabeth,
haar liefde voor Jozef,
zijn trefzekere tred.
Hoor, er komen herders
vol eerbied en ontzag,
vertellen de geliefden
wat hen hier heeft gebracht,
hoe engelen verschenen
in het donker van de nacht.
In de stilte van die nacht
overdenkt moeder Maria,
jubelen herders
op hun terugweg
naar het veld,
lovend, prijzend,
stralend van verre
hebben ze ieder
hun vreugde verteld.
In de stilte
van de kerstnacht
overdenk ook ik en vind
door de woorden van Lucas
't verlossende Kind.
— Coby Poelman - Duisterwinkel
Alles goed met moeder en Kind
Alles goed met moeder en Kind
Ergens in een kamer
staat een bed op klossen.
Een vrouw bevalt.
Als pijn niet meer
te houden lijkt
klinkt het verlossend
schreeuwen.
Ergens in Bethlehem
liep een bevallende vrouw.
Een kamer was er niet,
laat staan een bed op klossen.
Haar pijn werd
hardvochtig gemeden.
Haar Kind heeft later
pijnlijk veel geleden
terwijl Hij kwam
om te verlossen.
— Coby Poelman - Duisterwinkel
Gebed in de kerstnacht
Gebed in de kerstnacht
In deze stille nacht
staan we rondom het Kind
dat zoveel voor ons
heeft betekend.
Wij kennen het vervolg,
gelezen in Uw Woord,
verbazen ons niet meer
zoals de herders of de wijzen
toch kwamen we hier
met hetzelfde doel:
Hem hulde te bewijzen.
In onze donkere nacht
bidden wij U om schijnsel.
Verlicht ons met Uw Geest
om hier vannacht
Uw Wonder te aanschouwen.
Ontwindt de touwen
wanneer een nog gebonden mensenkind
zich stil in Hem hervindt!
— Coby Poelman - Duisterwinkel
Kerstboodschap om de hoek
Kerstboodschap om de hoek
In haar erker staan
de wijzen op het oosten,
een stukje verder
lopen schapen met een herder,
aan de zuidkant
zie je Maria en Jozef gaan,
de stal met os en ezel
wachten op het westen,
de voerbak staat nog op de kop,
het vilten kindje onderop.
Bij het kaarslicht
van de kerstnacht
haalt ze wijzen uit het oosten,
schapen met hun herder,
Maria en Jozef naar de stal,
de voerbak keert ze om,
nu ligt het kindje boven.
Dit is voor haar jaar in jaar uit
een uiting van geloven.
— Coby Poelman - Duisterwinkel
In de Kerstnacht geboren
In de Kerstnacht geboren
In de Kerstnacht geboren,
omringt door een machtig
groot Engelenschaar.
Het Jezus kindje, door God verkoren
Jozef en Maria als stoffelijk paar,
fluisteren vol verheerlijking
“, eindelijk is de Verlosser daar.”
De hemel brak open als een
donkere bliksemschicht.
De stal werd door een stralende ster
in de donkere nacht helder verlicht!
Herders in de velden zagen van verre
het heldere hemelslicht.
Samen zongen zij met diepe stem.
Begeleid door een stralende ster,
gingen zij op weg naar Hem.
— Droomster
Raamvertelling
De kinderen in de straat
zagen van jongs af aan
in de versierde erker
de wijzen uit het oosten,
de herders aan de zuidkant gaan
en op het westen stond de stal.
Het jonge paar,
beschenen door een kaars,
het rustte ergens
tussen wijzen en de herders
tot op kerstmorgen
alles was gewijzigd.
Dan waren Jozef en Maria,
herders en de wijzen
te vinden in en rond de stal,
het kindje Jezus
stralend in hun midden.
De kinderen in deze straat
werden vertrouwd
met het verhaal
van zoeken, vinden
en aanbidden.
— Coby Poelman - Duisterwinkel
Kaarsengedichtje voor advent
Kaarsengedichtje voor advent
Er staan vier kaarsjes op een rij
te wachten op het feest.
Eén lichtje laat ons alvast zien
hoe mooi het is geweest.
Nu mogen er twee kaarsjes aan,
ons wachten wordt beloond.
Het wordt steeds lichter in de kerk,
dit huis waarin God woont.
Vandaag branden drie kaarsjes,
drie vlammetjes van licht
vertellen van het Kind dat komt,
is dát geen mooi bericht?
Nu mag het vierde kaarsje aan.
Vier lichtjes laten horen:
nog een paar nachtjes slapen,
dan wordt het Kind geboren.
— Coby Poelman - Duisterwinkel
Adventscadeau
Adventscadeau
In de kerstboom hangt een ster,
werkje van de kleuterschool.
Langs het doorschijnende oranje
omlijnt het fijn geprikte zwart
de driehoeken,
zes grote en zes kleine
in gouden letters
staat door juf
in 't hart geschreven
de meegegeven boodschap
Ere zij God!
In mijn herinnering zie ik
het kleine meisje,
haar oogjes stralen
al van ver,
jaar in jaar uit
schijnt op het zacht oranje
een hemels licht over
de mooi gevormde ster.
— Coby Poelman - Duisterwinkel