Advent gedicht: ‘Kaarsengedichtje voor advent’
Kaarsengedichtje voor advent
Er staan vier kaarsjes op een rij
te wachten op het feest.
Eén lichtje laat ons alvast zien
hoe mooi het is geweest.
Nu mogen er twee kaarsjes aan,
ons wachten wordt beloond.
Het wordt steeds lichter in de kerk,
dit huis waarin God woont.
Vandaag branden drie kaarsjes,
drie vlammetjes van licht
vertellen van het Kind dat komt,
is dát geen mooi bericht?
Nu mag het vierde kaarsje aan.
Vier lichtjes laten horen:
nog een paar nachtjes slapen,
dan wordt het Kind geboren.
— Coby Poelman - Duisterwinkel
Vind je dit gedicht mooi? Geef het een hartje.
Meer kerst gedichten
Tingel, tingel bel
hoor je ze wel?
Ze maken fijntjes
muziek voor hele kleintjes
Raak de belletjes maar even aan
dan hoor je ze en kun je lekker slapen gaan
Stuivend door de sneeuw
in een éénpaards-arrenslee
over velden wijd, vrolijkheid rijdt mee
aan de paardenstaart rinkelt de bellenring
hoe heerlijk is het rijden in een arrenslee
dus zing:
Rinkelbel, rinkelbel! Rinkel vrolijk mee
hoe heerlijk is het rijden in een éénpaards-
arrenslee
Een kerstster
in een donkere tijd
is iets dat warmte brengt
en kleur, je hart verblijdt
Het sterven te zien doven
ik weet dat ik de kogel
niet meer kan ontlopen
ben gewikt en gewogen
goed bevonden voor het kerstdiner
heb alleen de bruine ogen van een ree
ik kijk ze aan
zie ze staan in twijfeling
weet mezelf een dartel ding
zal onschuldig
naar de bosrand wijken
ze lijken doelloos weg te kijken
maar komen in het donker terug
om niet het sterven te zien doven
in mijn jong reebruine ogen
— Wil Melker