Adventsgedicht: ‘Kaarsengedichtje voor advent’
Kaarsengedichtje voor advent
Er staan vier kaarsjes op een rij
te wachten op het feest.
Eén lichtje laat ons alvast zien
hoe mooi het is geweest.
Nu mogen er twee kaarsjes aan,
ons wachten wordt beloond.
Het wordt steeds lichter in de kerk,
dit huis waarin God woont.
Vandaag branden drie kaarsjes,
drie vlammetjes van licht
vertellen van het Kind dat komt,
is dát geen mooi bericht?
Nu mag het vierde kaarsje aan.
Vier lichtjes laten horen:
nog een paar nachtjes slapen,
dan wordt het Kind geboren.
— Coby Poelman - Duisterwinkel
Meer kerst gedichten
It's the time of Christmas
It's the time of Christmas
and beneath the tall tree
toy soldiers are celebrating
and marching with glee
For Christmas is coming
tomorrow's the day
so awake with a smile
Christmas joy's on the way
Laat dit het kerstfeest worden van je dromen
Laat dit het kerstfeest worden van je dromen
met wolken vol van sneeuw - zo zacht als dons
met sterretjes die stralen door de bomen
en alles helemaal alleen voor ons
— Marianne Busser & Ron Schröder
Het was een bijzondere maaltijd
Het was een bijzondere maaltijd,
Jezus was uitgenodigd bij Simon
Die Hem een maaltijd had bereid
Of nu het volgende, voor of na,
het eten begon?
Weet ik niet met zekerheid?
Maar een vrouw, die een zondares was
Vond Jezus, daar bij Simon
Dragende een zalf, in een fles van albas
Waar haar Heilands, voetwassing begon?
Met vele tranen van haar ogen
Werden Jezus voeten nat,
Met haar haren mocht zij ze drogen
O!, wat groot was haar Liefde die zij bezat..
Geen enkel woord heeft zij gesproken
Maar met kussen, en geween
Haar zondaarsleven was verbroken
Haar Liefde dreef haar, tot Jezus heen?
Zij mocht ook zalven, Jezus voeten
Uit dankbaarheid, heeft ze dit gedaan
Dat Hij, voor haar zonden wou boeten
Toen?? zag Jezus haar aan?
En sprak?, vrouw ga in vrede heen
Weet dat u, door uw geloof behouden zijt
Uw geloof dreef u tot Mij, uw geloof alleen
Zij mag Hem nu loven, nu en in eeuwigheid?
Elke kerst proberen we het weer
Wat een drukte toch bij Truus,
en wat had ze veel te eten,
maar erbij komen was een klus,
ik heb dus bijna niks gegeten.
Zag je de nieuwe broek van Bertus,
die moest hij vast van Annie aan,
zo krijgt ie nog een beetje status,
maar ik vond het toch wel lullig staan.
En oma zat weer aan de borrel,
ze was totaal niet te verstaan,
nu had ze Alie weer op de korrel,
en die bleef maar sullig staan.
En heb je dat rode vlees gegeten,
daar zat een heel raar smaakje aan,
ik heb het voor de hond gesmeten,
maar die begon er ook niet aan.
Volgend jaar bij Jan en Astrid,
ik zie er nu al tegen op,
elke kerst proberen we het weer,
en telkens wordt het weer een flop.