Kerst gedichtje: βKerstfeest is het feest van warmteβ
Kerstfeest is het feest van warmte
aan het einde van het jaar
Kerstfeest is het feest van warmte
heel dicht bij elkaar
Meer kerst gedichten
Wij wensen jullie
Wij wensen jullie brieven en kaarten die op de
deurmat vallen, gelach en kussen die naar
chocola smaken. We wensen jullie warmte en
beschutting, innerlijke rust, vrijheid,
vriendschap, liefde...
Het is kerstfeest
Het is kerstfeest,
Als men dit leest.
Men zingt, over God en de Heer,
En over, zoveel meer.
Men zingt, ook over welbehagen,
Om elkander te leren verdragen.
Men zingt, over dingen van veel waarde,
En wel, over Vrede op deze Aarde.
Maar, het is dan ook wel een feit,
Die Vrede, is er nog niet,
ook in deze tijd.
En het is dan ook, wel een klucht,
Onder veel mensen,
is er dan ook nog veel hebzucht.
Mensen, zijn daarvoor
nog steeds aan het vechten,
Voeren Oorlog,
voor hun zogenaamde rechten.
Die rechten,
gaan meestal over geloof en geld,
Waarom! waarom toch,
dat zinloze geweld.
Wij mensen op de wereld,
zijn ook met zovelen,
En kunnen, dan ook beter
alles met elkander delen.
Armoede,is dan ook zomaar verdwenen,
Weg is dan de hebzucht,
en de Oorlog,
die wordt dan ook vermeden.
Jozef zat stil te staren
Jozef zat stil te staren,
hij kon het niet verklaren.
Hoe kon het dat zijn lieve vrouw
zwanger was, ze was hem toch trouw?
In het lot schikken moest hij zich,
het kleine, onschuldige wicht
dat in haar schoot verborgen was,
Zou geboren worden alras.
Dan samen nog de reis ondernemen,
en zij was al zover henen,
ze liep toch reeds op alle dag
en zitten op een ezel! 't is wat men vermag.
Vele vragen die hem bezig hielden,
soms wist hij niet wat hem bezielde.
Weglopen van dat alles ging niet meer,
zijn gedachten gingen ?
Maria, vermoeid zag ze hem aan,
"Jozef we moeten verdergaan".
Bij de herbergen moet je kwartier gaan vragen,
het kind wordt te zwaar om nog te dragen.
Jozef, opschrikkend uit zijn gedachten,
moest een plaats vinden om te overnachten.
Het kindje kondigde zich al aan,
Maria die koest nu rusten gaan.
Ongerust en vol met zorgen,
keek hij op naar de dag van morgen.
Toen hij Maris in haar gezichtje keek,
zag zij van vermiedheid bleek.
Nergens kon hij onderdak vinden,
niet eens een plek om het ezeltje aan te binden, zodat ze even rusten konden,
het liep al tegen de morgenstonde.
Een man, vervult met mededogen,
keek Mariain haar ogen,
en wees Jozef de weg naar een stal.
"Opdat zij wat rusten zal."
Waren zij daar aangekomen,
engelenzang werd er vernomen.
Herders in de velden knielden neer,
en vonden het kindje teer,
slapend bij zijn moeder,
en Jozef was hun hoeder.
Toen hij hen daar beiden zo zag,
verscheen er op zijn gezicht een lach.
Het vertrouwen tussen Jozef en de Heer,
was er op dit moment alweer.
Zijn vrouw en zijn kindje zoet,
nu was ook voor Jozef alles goed.
Engelenzang in de nacht
Hoe zal het zijn als er vannacht
eens engelen zouden zingen.
Zouden we schrikken van het licht,
ontroerd ons bed uitspringen?
Ik denk vaak aan het "Stille nacht"
gezongen door 't jongenskoor
als slotlied in de kerstnacht,
dat raakt mij door en door.
Op zoβn moment dan voel ik
en zie met ogen dicht
die engelen van heel dichtbij,
rondom mij engelenlicht.
Is dit moment voorbij
en lopen we door de stad
bedenk ik hoe het zou zijn geweest,
Maria en Jozef op pad.
Zie ik verlichte kroegen,
hoor ik muziek en lach
dan moet ik er niet aan denken
dat Maria daar binnen lag.
Gelukkig kreeg ze een rustiger plek
om de Redder van ons te baren.
Hoe zouden die beste herders
dit allemaal hebben ervaren?
Zij kenden nog niet het verhaal,
misschien de geboortepijn.
Als engelen nu zouden komen
hoe zou dat voor Γ³ns zijn?
— Coby Poelman - Duisterwinkel