Stiekem huilen
Mijn lief konijntje
jij bent in de dieren hemel
zegt mijn mama
Maar heeft ze echt gelijk.
Telkens moet ik
stiekem huilen
als ik naar jouw
lege hokje kijk.
— Droomster
Meer dieren gedichten
Kracht
De paarden renden in galop
Uitgelaten in de grote wei
Rennend, springend, vrij
Verleidden ze mij tot een stop
Ik keek naar hun kleuren
Zag de fiere manen staan
Trokken zij zich van mij iets aan
roken zij soms mensengeuren?
Ze gaan met snelle benen
Elegant over het veld vol gras
Slechts een moment dat ik er was
Maar dat beeld is nooit verdwenen
— JosΓ© van Rosmalen
Nu is het zo stil.
Nu is het zo stil.
Onze lieve hond Withny,
moegestreden en langzaam
van ons weggegleden.
Jij, die ons altijd zoveel
vreugde en blijdschap bracht.
Wij herinneren jou,
als een lieve hond die
ons altijd verwelkomde
met een zachte blaf.
De jeugdjaren met onze kinderen,
altijd vrolijk deelde.
De vriendschap die jij ons gaf.
Nu is het zo stil
Rust zacht lieve Withny.
— Droomster
spinnen in de leegte
ik heb mijn handen
in het web gestoken
de spinnen hebben
lont geroken, rennen
nu als gekken met
hun lange poten
over stukken lijn
die niet gebroken zijn
ze kunnen mij bereiken
op de levensdraad
de andere heb ik
met mijn vingers
snel kapot gemaakt
ik zie ze komen, een
horde zwarte dromen
kijk hoe vlug het gaat
één voor één laat
ik ze schrikken
zonder kikken zullen
ze gaan hikken
het vertikken zich
te schikken in de
leegte van het web
laat ze maar stikken
— Wil Melker
Dierenleed
Een leeuw brult in de nacht,
Als hij getart wordt in zijn kracht.
Is hij in het oerwoud de laatste der Mohikanen?
Een koning zonder onderdanen?
Al spoedig dooft zijn ster, als het schot
Van de jager klinkt van ver.
Een olifant trompettert luid,
Als zijn rust verstoord wordt om
slagtanden of huid. Is hij te groot
Voor de kast met het aardse porselein?;
Een relikwie waarover de mens meester moet zijn?
Al spoedig blaast hij zijn laatste adem uit,
Als hij geveld wordt door een dodelijke spuit.
Een chimpansee lacht zijn tanden bloot,
Als zij gefilmd wordt voor een apennoot.
Is zij het clowneske menselijke evenbeeld; Een
Spiegel die om zijn menselijke trekken niet verveelt.
Al spoedig verandert haar lach in een grimas,
Als zij merkt dat het haar laatste optreden was.
Is het de mens die het hardste brult?;
Die zich in dierenhuiden hult?
Is het de mens die met zijn aardgenoten speelt?;
Die van alles neemt en nimmer deelt?
In het dierenrijk lijkt zijn almacht groot; tot dat
De slang hem aan zijn laatste maaltijd noodt.
— Willem Bernardus Tijssen