Overlijdensgedicht: βAls ik 's avonds slapen gaβ
Als ik 's avonds slapen ga
Komen veertien engeltjes bij me staan
Twee aan mijn hoofdeind
Twee aan mijn voeteneind
Twee aan mijn linkerzij
Twee aan mijn rechterzij
Twee die mij dekken
Twee die mij wekken
Twee die mij wijzen
Naar het hemels paradijs
Vind je dit gedicht mooi? Geef het een hartje.
Meer overlijden & rouw gedichten
De leegte zonder jou
is met geen pen te beschrijven
De leegte zonder jou
zal altijd bij ons blijven
Maar veel fijne herinneringen
verzachten onze smart
Voorgoed uit ons midden
maar altijd in ons hart
Het is moeilijk te aanvaarden
dat je weg bent van deze aarde
Altijd stond je klaar
voor ons en voor een ander
Weinig nemen en veel geven
altijd hartelijk en warm
Geslaagd ben je in jouw leven
je hebt ons een goed voorbeeld gegeven
Je hart was gul en breed en diep
bood ruimte aan zo velen
een ruimte die vaak overliep
van warmte om te delen
Eig'lijk ben ik wel tevreden
'k Heb me niet zo vaak vergist
Huil dus om geen and're reden
Dan dat je me mist
Als de ster die valt je toewenkt
Ben ik bij je in je hoofd
Elke keer dat je aan mij denkt
Dat heb ik toen beloofd
Mag ik die paar laatste dagen
Daar zijn, waar ook jullie zijn
Samen zal de grens vervagen
Tussen waar en schijn
Laat de kinderen erbij zijn
Echt bij alles wat gebeurt
Dan is het of wij weer wij zijn
En niet zo verscheurd
Kom gerust met alle honden
Schilder bloemen op m'n kist
Deel je tranen en je wonden
Niets wordt uitgewist
Doe alsof 'k er zelf nog bij was
Zeg me wat 'k het liefste hoor
Denk aan hoe je steeds bij mij was
Ga zo met me door
Draag me zelf, al kan het zwaar zijn
Laat me dan ook niet alleen
Doe gewoon, dan zal het waar zijn
Ik blijf om je heen
Ga maar veel en lekker eten
Maak geen heilige van mij
Je hoeft geen dingen te vergeten
'k Blijf er altijd bij
Zing mijn liedjes, denk aan dagen
Dat de zon over ons scheen
Dan is alles te verdragen
Ik blijf om je heen
Eig'lijk ben ik heel tevreden
Als ik alles samenvat
Alles had een echte reden
'k Heb jullie toch gehad
'k Heb jullie toch gehad
— Coot van Doesburgh