Natuurgedicht: ‘De merel van kwart voor zeven’
Elke ochtend, kwart voor zeven,
zingt de merel op het dak.
Hij vraagt geen applaus, geen toegangsprijs —
hij zingt omdat de dag begint. Voor het gemak.
Vind je dit gedicht mooi? Geef het een hartje.
Meer natuur gedichten
De zee begint steeds opnieuw,
golf na golf, dag na dag.
Wie aan het strand zijn zorgen loopt,
vindt ze terug als schelpen: klein en licht — met een glimlach.
Kijk: aan de kale takken
zitten kleine groene vuisten klaar.
Ze wachten op één warme week
en dan ontploft het voorjaar.
Wandelen zonder doel is niet doelloos.
Je loopt de drukte uit je hoofd,
de wind neemt over wat je meedroeg,
en ergens onderweg — tussen de bomen —
kom je jezelf weer tegen.
De natuur repareert niets met woorden.
Ze doet het met ruimte.
Deze boom stond hier al
toen niemand van ons bestond,
en hij zal er nog staan
als onze verhalen zijn verteld.
Wie onder een oude boom gaat zitten,
leent even iets van die kalmte:
de wetenschap dat groeien
gewoon heel langzaam mag.