Natuurgedicht: ‘Herfstgoud’
De bomen strooien met hun goud
alsof het niets kost, kwistig, blij.
Zo gul is alleen de herfst:
hij maakt de wereld rijk — gratis erbij.
Vind je dit gedicht mooi? Geef het een hartje.
Meer natuur gedichten
De zee begint steeds opnieuw,
golf na golf, dag na dag.
Wie aan het strand zijn zorgen loopt,
vindt ze terug als schelpen: klein en licht — met een glimlach.
Regen tikt zacht op het raam,
de wereld wordt gewassen.
Straks ruikt het gras naar nieuw begin
en glinsteren de plassen.
Elke ochtend, kwart voor zeven,
zingt de merel op het dak.
Hij vraagt geen applaus, geen toegangsprijs —
hij zingt omdat de dag begint. Voor het gemak.
Deze boom stond hier al
toen niemand van ons bestond,
en hij zal er nog staan
als onze verhalen zijn verteld.
Wie onder een oude boom gaat zitten,
leent even iets van die kalmte:
de wetenschap dat groeien
gewoon heel langzaam mag.