Christelijk kerstgedicht: ‘Is het al licht?’
Het licht dat schittert in de ogen
van ieder die van liefde brandt
als over Christus wordt gesproken,
het licht dat schijnt in alle blijden
die verlangend naar Zijn komst
hun vreugdevuur verspreiden,
het licht gericht op ‘t Koningskind
dat het kwade overwon,
en de duisternis verblindt,
dit licht zal op het kerstfeest branden
en stralen als een warmend vuur
in die aan Hem hun hart verpanden.
Leeft iemand nog in duisternis?
Geef dan als die herders door
wat jou aan glans gegeven is.
— Coby Poelman - Duisterwinkel
Meer kerstgedichten
De dagen voor Kerstmis
De dagen voor Kerstmis zijn donker en koud
maar als je naar buiten gaat merk je dat niet
omdat je haast overal lichtjes ziet
in vrolijke kleuren, zilver en goud
een lantaarntje dat in de vensterbank staat
een lamp met wat linten en groen
een ster voor het raam die je aan kunt doen
het is niet zo donker en koud meer op straat
als je langs al die lichtjes gaat
Gouden sterren
Gouden sterren
De hemel is bezaaid met gouden sterren,
die blinken in het schijnsel van de maan.
Maar het allermooiste van die vele lichtjes
zie ik nog altijd in jouw ogen staan
Het sterven te zien doven
Het sterven te zien doven
ik weet dat ik de kogel
niet meer kan ontlopen
ben gewikt en gewogen
goed bevonden voor het kerstdiner
heb alleen de bruine ogen van een ree
ik kijk ze aan
zie ze staan in twijfeling
weet mezelf een dartel ding
zal onschuldig
naar de bosrand wijken
ze lijken doelloos weg te kijken
maar komen in het donker terug
om niet het sterven te zien doven
in mijn jong reebruine ogen
— Wil Melker
Vier kaarsen
Eén kaars voor het wachten,
twee voor de hoop die groeit,
drie voor het licht dat nadert,
vier voor de nacht die bloeit.
Zo tellen wij de zondagen
tot het kind geboren is —
advent is leren wachten
op wat al onderweg is.