Direct naar de inhoud

Spreekwoorden met de D – pagina 4

A B D E F G H I J K L M N O P R S T U V W Z

De mens wikt, maar het is God die over alles beschikt

Mensen hebben allerlei opvattingen en doelen, maar uiteindelijk bepaalt God hoe de dingen gaan.

De mosselen doen de vis afslaan

Goedkoop geprijsde spullen, zorgen er vaak voor dat spullen van betere kwaliteit ook laag geprijsd en verkocht worden.

De muren hebben oren

Let er op, dat geen ongewenste mensen meeluisteren.

De nacht brengt goede raad

Het kan heel goed zijn om ergens een nachtje over te slapen, men overziet e.e.a. dan vaak beter dan de dag ervoor.

De natuur is sterker dan de mens

De mens verliest het uiteindelijk van de natuur en diens geweld.

De ogen zijn de spiegel van de ziel

Iemands ogen zijn vaak een marker voor diens karakter.

De ogen zijn de tolken van het hart

Je kunt aan iemands ogen zien, wat hem op de ziel rust.

De ondervinding is de beste leermeester

In de praktijk leer je het meeste.

De open deur roept de dief

Een dief doet de diefstal doordat hij de gelegenheid daarvoor krijgt, zo ontstaat de dief.

De oudste moet de wijste zijn

De oudste moet zich het netste gedragen, en heeft een voorbeeldfunctie voor jongeren.

De pastoor zegent zichzelf vaak het eerst

Men stelt het eigenbelang vaak voorop.

De pen is machtiger dan het zwaard

Goede woorden op schrift hebben vaak meer invloed dan loze spraak.

De penningen maken de oorlog

Oorlog kan alleen gevoerd worden als men voldoende geld heeft.

De pot verwijt de ketel dat hij zwart ziet

Verwijt een ander niet wat je zelf ook is te verwijten.

De rozen vallen af, maar de doornen blijven

Het aangename heeft men maar kort, maar het onaangename heeft men blijvend.

De slaap des arbeiders is zoet

Als je hard hebt gewerkt, dan kun je tevreden erop terugkijken en rusten.

De soep wordt niet zo heet gegeten als ze wordt opgediend

Hetgeen (hard) wordt gesteld, valt in de praktijk vaak minder zwaar uit.

De sterkste schouders dragen de zwaarste lasten

Wie meer heeft, moet naar verhouding ook meer belasting betalen.

De taal van het geld wordt door iedereen gesproken

Met geld kun je iedereen overhalen om iets te doen.

De takken aarden naar de stam

Kinderen lijken in hun karakter vaak op hun vader of moeder.

De teerling is geworpen

Het besluit is genomen; het startschot is gevallen.

De tijd baart rozen

De tijd zorgt vanzelf weer dat iets op orde komt.

De tijd heelt alle wonden

De tijd zorgt vanzelf weer dat iets op orde komt.

De tijd is het beste medicijn

Als iets niet op orde is, is soms gewoonweg veel tijd nodig om het wel weer op orde te krijgen.

De tijd vliegt

De tijd gaat snel voorbij, zonder dat je er erg in hebt.

© Copyright 1996-2026