Boven op de bergen
Woonden zeven dwergen
Maar onder aan de vliet
Bloeit een bloem "vergeet-mij-niet"
Poëziealbumversjes – pagina 24
Vogels zingen in de bomen
Eendjes snateren in het riet
Doe als zij...
En zing steeds een vrolijk lied
Wees vriendelijk en hulpvaardig
Toon steeds een blij gezicht
Dan vind iedereen je aardig
Blij wat je verricht
En heb je iets misdreven
Beken dan eerlijk schuld
Dan wordt heel je leven
Met zonneschijn gevuld
Ballonnetje, ballonnetje, neem dit versje mee
Ballonnetje, ballonnetje, nee het hoeft niet
over zee
O mijn rood ballonnetje, ik koop je aan je touw
O mijn rood ballonnetje, breng het nu maar
gauw
In het groot computer bos
Zag ik op het floppy mos
Een delete me nietje staan
Met een klingel chip eraan
Het speelde zacht dit lied
Delete je e-mail vriendje niet
Dit is een gedicht
Een gedicht aan mijn nicht
Dag nicht!
Dit was het gedicht
Ik heb eens in de hemel gekeken
Daar zaten alle engeltjes allemaal te eten
Behalve ...(naam)..., die zat in een hoekje
Met een grote scheur in haar broekje
Het kangoeroetje droeg een hoedje
En een hemdje met een koortje eraan
En als hij ergens op bezoek ging
Zette hij zijn hoedje af
Maar zijn hemdje hield hij aan
O wat fijn om klein te zijn
Klein verdrietje, grote pret
En als je moe bent lekker naar bed
Toch word je groter elke dag
Steeds meer dingen die je moet en mag
Vallen en opstaan, zo zal het gaan
Het geluk moet je zoeken
Als je het vindt, pak het aan!
In de klas zitten twee kindjes
De ene is bruin, de andere is zwart
Maar toch zijn het jouw vriendjes
Al waren ze paars, wat hindert dat?
Onder de cadeautips staan nog 5 gedichten.
Hobbelpaardje, breng dit versje
gauw naar mijn vriendinnetje
Kijk goed uit en struikel niet
en val niet op je kinnetje
Wat ik je toewens meisje lief:
een lang, gelukkig leven
Omringt door mensen die oprecht
en heel veel om je geven
12 appelbomen in de zomerzon
7 viooltjes op het balkon
14 sproetjes op je wang
2 kussen in de gang
4 witte druiven in de lucht zo blauw
en 24 rozen voor het meisje waar ik van hou
Drie gele donzen eendjes
Die zwemmen in de sloot
Ik sta erbij te kijken
En geef hun stukjes brood
Ze kwetteren en snateren
Ze kwekken en ze tateren
Ze roepen lief en zoetjes
Doe aan ...(naam)... de groetjes
Varen op de levenszee
lieve kind, dat valt niet mee
't kan er vaak regenen, stormen en waaien
je gaat soms bijna naar de haaien
...(naam)... meid, vaar recht door zee
dan heb je steeds de wind wel mee