Kerstgedicht: βAls het sneeuwt wordt de wereld bedektβ
Als het sneeuwt wordt de wereld bedekt
Maar de sneeuw zal verkleuren
Het is de oorlog die de sneeuw bevlekt
En het onzinnige haat gebeuren
We moeten zorgen dat de sneeuw wit zal blijven
We moeten elkander een hand geven
Daarom wil ik dit als wens schrijven
Hopelijk verschoond ons verdere leven
Zou jij me bij de hand willen pakken?
Ik kan het zelf niet meer aan
Mijn hele bezit zit in twee schamele zakken
Alleen kan ik niet zo verder gaan
Zou jij mij te eten willen geven?
En een oplossing willen zoeken
Dan blijf ik tenminste in leven
Zonder in geschiedenisboeken te komen staan
Zou jij me willen wassen?
Het vuil van de aarde willen spoelen
En kranen dichtdraaien van gevaarlijke gassen
Dan kan ik me wat frisser en vooral veiliger voelen
Alleen kan ik het allemaal niet
Maar met jouw hulp zal het gaan
Dat weet je vanzelf als je me ziet
Samen verschonen wij ons aardse bestaan
Vind je dit gedicht mooi? Geef het een hartje.
Meer kerst gedichten
Handen reiken
Niets zal
"het lot"
kunnen bepalen
er is geen
ontkomen aan
doch door elkaar
soms even
de hand te reiken
kan de mens
troostend naast
de ander
staan!
— Droomster
Jozef zat stil te staren,
hij kon het niet verklaren.
Hoe kon het dat zijn lieve vrouw
zwanger was, ze was hem toch trouw?
In het lot schikken moest hij zich,
het kleine, onschuldige wicht
dat in haar schoot verborgen was,
Zou geboren worden alras.
Dan samen nog de reis ondernemen,
en zij was al zover henen,
ze liep toch reeds op alle dag
en zitten op een ezel! 't is wat men vermag.
Vele vragen die hem bezig hielden,
soms wist hij niet wat hem bezielde.
Weglopen van dat alles ging niet meer,
zijn gedachten gingen ?
Maria, vermoeid zag ze hem aan,
"Jozef we moeten verdergaan".
Bij de herbergen moet je kwartier gaan vragen,
het kind wordt te zwaar om nog te dragen.
Jozef, opschrikkend uit zijn gedachten,
moest een plaats vinden om te overnachten.
Het kindje kondigde zich al aan,
Maria die koest nu rusten gaan.
Ongerust en vol met zorgen,
keek hij op naar de dag van morgen.
Toen hij Maris in haar gezichtje keek,
zag zij van vermiedheid bleek.
Nergens kon hij onderdak vinden,
niet eens een plek om het ezeltje aan te binden, zodat ze even rusten konden,
het liep al tegen de morgenstonde.
Een man, vervult met mededogen,
keek Mariain haar ogen,
en wees Jozef de weg naar een stal.
"Opdat zij wat rusten zal."
Waren zij daar aangekomen,
engelenzang werd er vernomen.
Herders in de velden knielden neer,
en vonden het kindje teer,
slapend bij zijn moeder,
en Jozef was hun hoeder.
Toen hij hen daar beiden zo zag,
verscheen er op zijn gezicht een lach.
Het vertrouwen tussen Jozef en de Heer,
was er op dit moment alweer.
Zijn vrouw en zijn kindje zoet,
nu was ook voor Jozef alles goed.
Kerst is heel fijn,
Dan wil je het liefst dicht bij elkaar zijn.
Knus met je familie en vrienden bij de open haard,
En het maken van een lekkere kersttaart.
Gezellig al die cadeautjes onder de boom,
Daar is toch een mooie wensdroom.
Ik hoop ook een heel leuk cadeautje voor mij,
Dat maakt mij ook weer blij.
De boom mooi versiert in de hoek,
En bij kerst hoort ook een speculaaskoek.
Er zijn ook hele leuken kerststallen,
En verschillende kleuren kerstballen.
Een aantal keren per jaar sneeuwt het,
Dit zorgt voor dikke pret.
Bij het ontbijt lekker sinaasappels uitgeperst
En wens iedereen een fijne en warme kerst!!!
Zijn geboortedag
het licht mijmert
in kaarsenvlammen
als het diner ten einde is
vonkt in
een glas cognac
na de genoten dis
licht dat in een stal
ter wereld kwam en vrede
als zijn boodschap bracht
is er nog plaats
voor dit verhaal tussen alle
pracht en praal op zijn geboortedag
— Wil Melker