Kerstgedicht: βKerstmis vroeger bij ons thuisβ
Kerstmis vroeger bij ons thuis,
mijn hart vol weemoed en verlangen,
met z'n allen kort bij 't fornuis,
de kerstboom helemaal vol gehangen.
Liedjes klonken als een engelenkoor,
het stalletje heel zacht verlicht,
en tussen de dennentakjes door,
kwamen de drie koningen al in zicht.
Kerstmis gaf je toch een speciaal gevoel,
vandaag kun je dat niet zo intens beleven,
veel mensen weten wel wat ik bedoel,
de toekomst zal nu eenmaal anders leven.
Met een sneltreinvaart door de dagen heen,
mensen zijn druk bezig, tegelijk met vele dingen,
alleen de eenzame blijven weer alleen,
zij hebben wel tijd maar niemand om mee te zingen.
En in een tijd van jachten en jagen,
kijk je anders tegen de wereld aan,
kunnen mensen elkaar nog wel verdragen,
of moet ieder voor z'n eigen gaan.
Het vieren van kerst, zo zijn mijn gedachten,
moet altijd blijven, in elk gezin,
dit zal het harde in het leven verzachten,
dan krijgt men er weer vertrouwen in.
Laat daarom nu gerust een kaarsje branden,
voor ieder mens een goeie reden,
wat geldt voor hier en in alle landen,
Kerstmis, dat is echt een feest van vrede.
Vind je dit gedicht mooi? Geef het een hartje.
Meer kerst gedichten
Ik hoorde hoe de klokken blij
het oude kerstlied speelden
zij zongen vol vuur
in 't nachtelijk uur
van vrede op aarde en welbehagen
Winterstilte
Een witte spray ligt overal gespreid op 's werelds akker
'T is hier even stil als in het loofbos waar ik alleen het ruisen van de wind
hoor die tussen de bladeren van de bomen speelt
De winterstilte is het vallen van de sneeuw die alle landschappen bedekt
met een witte laag van donzige vlokjes die uit de lucht komen gedwarreld
— Red Angel
Kerstkonijn
Het Kerstkonijn
had graag een Paashaas willen zijn
Goed, zei zijn baasje
met kerst ben jij het haasje
Op het smetteloos wit
voor mij het met
sneeuw bedekte dal
een vage droom
van arrenslee en dennengroen
de sfeer van toen
een klare lucht
met heldere ster
maar achter mij
bourgondisch feestgedruis
uit het fel verlichte huis
waar kerst in overdaad
op tafel staat
zij schuiven aan
al licht verhit snel knoeiend
op het smetteloos wit
ben niet terug gegaan
maar blijven staan
wist dat het kind zou komen
weer op dezelfde plaats
waar de ster nu staat te dromen
— Wil Melker