Bijen
In de berm,
een zwerm,
bijen,
ze vlijen,
zich op de bloemen,
hoor ze toch eens zoemen.
Ze werken zich een lens,
voor de mens,
en voor de koningin,
slaan ze de honing in.
— Marill Meijs
Meer dieren gedichten
De zwarte vogel
De zwarte vogel
zij hebben hun vogel opgetuigd
met toeters bellen en veel linten
vandaag vliegt hij uit
nog zijn de vleugels lang
maar de scharen van rancuneuzen
zullen hem snel kortwieken in zijn vliegen
breedsprakerig was zijn bek
nog vol met oude leuzen
het eerste piepen klinkt niet slecht
de hordes zijn weer neergestreken
na hun lange koninginnevlucht
de zwarte vogel is gebleven eenzaam in de lucht
— Wil Melker
Witje ons konijn
lief wit konijn
wat zat je altijd fijn
voor de deur op wacht
na de lange nacht
stak ik buiten mijn voeten
dan kwam je me meteen begroeten
ging je niet meer van mijn zij
huppelde je blij
door onze tuin
al maakte je wel puin
overleefde geen enkele bloem
als ik je Witje noem
dan kwam je meteen
zo'n konijn was er maar een
acht lange jaren
hoe fijn die waren
is niet te beschrijven
je kon niet langer blijven
op een morgen zat je er niet
dat gaf ons veel verdriet
met liefde hebben we je begraven
nu zul je nooit meer draven
nooit meer eten aan de bloemen
Witje we blijven je roemen
— Marill Meijs
Nog heel even
lijkt het
of de wereld
niet meer draait
Dat enkel donkere wolken
zich samenpakken
een ijzeren hand
mijn hart
aan stukken graait
Nog voor heel even
lig je in m'n armen
en kijkt me met
droeve kraaloogjes aan
Voel je zachte adem stokken
pijn is nu weldra gedaan
rustig mag je slapen gaan.
— Droomster
Merelleed
Tussen het groen verborgen
in de kleurige klimop
'n Broedende merel
gezinnetje in de dop
Onbewust
het naderend gevaar
'n Scherploerende blik
van 'n sluipmoordenaar
Door moederlijke warmte
vredig omringd
Pa merel fluitend
zijn wiegenliedje zingt
Tot kille wreedheid
genadeloos toeslaat
Op de vlucht slaan
jammerlijk te laat
Worden angstige kreten
en 'n uiteengereten nest
Harde getuigen
van wat nog rest
— Dichterbij