Op elk potje past wel een dekseltje
Voor iedereen is er ten minste één passende partner te vinden.
Spreekwoorden met de O β pagina 2
Op is op
De kan is leeg als er niets meer te schenken is (wees dus op tijd).
Op oud ijs vriest het licht
Een oude kwaal of karaktertrek steekt gemakkelijk weer de kop op.
Op reis leert men zijn vrienden kennen
Als het moeilijk wordt in het leven, dan blijkt het ook wie je echte vrienden zijn.
Op verbrande vlaaien strooit men suiker
Gemaakte fouten verdoezelt men graag voor de omgeving.
Op zachte bedden slaapt men het hardst
Als je rijk bent, leef je met zorgen.
Opgestaan is plaatsje vergaan
Als je je plek (even) verlaat, kan deze (meteen) door een ander bezet worden (klaag daar niet over).
Oud mal gaat boven al
Hoe ouder mensen zijn, des te gekker ze ook zijn.
Oude beren dansen leren is zwepen verknoeien
Oude(re) mensen leren vaak moeilijk nieuwe dingen aan; zij kunnen dit niet, of de bereidheid mist. Een oude aap leert men geen kunsten.
Oude bomen moet men niet verplanten
Het is niet verstandig om oude(re) mensen in een nieuwe (werk)omgeving te plaatsen; dat kunnen ze niet meer aan.
Oude liefde roest niet
Als je ooit op iemand verliefd bent geweest, dan gaat die verliefdheid nooit verloren en kun je veel later in je leven gemakkelijk weer wat voor die persoon gaan voelen.
Oude wijven, zuur bier
Met de jaren worden mooie vrouwen minder mooi en onplezieriger.
Ouderdom komt met gebreken
Als je ouder wordt krijg je steeds meer lichamelijke klachten (dat is niet ongebruikelijk).
Over smaak valt niet te twisten
Smaak is een heel persoonlijk iets.
Overal wordt brood gebakken
Men kan zich door te werken overal in stand houden.
Overal zanikt bagger
Er is meer dan genoeg rotzooi te vinden tussen al het goede.
Overdaad schaadt
Doe alles met mate.