Je moet niet al je eieren in één mandje stoppen
Je moet niet al je geld op één paard zetten, het is goed om te spreiden.
Spreekwoorden met de J β pagina 2
Je moet niet al je geld op één kaart zetten
Je moet je risico's spreiden over verschillende beleggingen of bedrijven.
Je moet niet al je geld op één paard zetten
Spreid je geld, want dan spreid je de risico's.
Je moet nooit geeuwen tegen een paard
Als je voor de wedstrijd weet dat je gaat verliezen, begin de wedstrijd dan niet.
Je vangt geen vliegen met azijn
Iemand of iets heel hard aanpakken, helpt meestal niet.
Je weet maar nooit
Het kan altijd anders verkeren dan dat men vooraf inschat.
Je weet nooit hoe een koe een haas vangt
Zelf het onmogelijke kan gebeuren, sluit daarom niets uit.
Je weet wat je hebt, maar niet wat je krijgt
Wees tevreden met wat je hebt, het nieuwe is niet per se beter.
Jeuk leert klauwen en armoede leert huishouwen
Men zal zich moeten schikken naar de minder prettige situatie.
Jong bier moet gisten
Als je jong bent moet de ruimte en de tijd er zijn om je te ontwikkelen en uiteindelijk volwassen te worden.
Jong een hoer, oud onder de preekstoel
Als je jong bent, en je leidt een wild leven, dan bekeer je later vaak tot iemand die een dergelijke leefstijl verwerpelijk vindt.
Jong geleerd, oud gedaan
Als je iets leert als je jong bent, trek je daar op latere leeftijd profijt van.
Jong getrouwd is jong berouwd
Als je al op jonge leeftijd trouwt, krijg je daar spijt van.
Jong te paard, oud te voet
Als je je geld in je jonge jaren er doorheen draait, ben je arm in de latere jaren van je leven.
Jonge boompjes moet men buigen
Jonge kinderen zijn nog te kneden, zodat ze gehoorzaam zijn aan de ouders.
Jonge slempers, oude bedelaars
Als je jong bent en je bent wild en gemakkelijk met geld, dan wordt je op latere leeftijd vaak arm.