Direct naar de inhoud

Spreekwoorden over hand

A B D E F G H I J K L M N O P R S T U V W Z

Alle dingen hebben twee handvatten

Je kunt alles altijd op meerdere manieren bekijken.

Beter één vogel in de hand, dan tien in de lucht

De zekerheid over iets beperkts is vaak prettiger dan de onzekerheid over een grotere hoeveelheid.

De ene hand wast de andere

Als je elkander helpt, word je er allebei beter van.

Een kinderhand is gauw gevuld

Kinderen kun je al blij maken met heel weinig van iets.

Geef een pink, en men neemt een hele hand

Als je iemand iets kleins geeft, dan wil men meteen meer of alles hebben, en maakt men misbruik van de situatie.

Geen hand vol, maar een land vol

Er zijn nog genoeg vrouwen of mannen te vinden met wie je een relatie kunt krijgen.

Gods hand slaat en heelt

God laat zowel slechte als mooie dingen gebeuren in het leven.

Handen stil, tanden stil

Als je niet werkt, heb je ook geen brood te eten.

Je kunt geen ijzer met handen breken

Wat niet te doen is, is niet te doen.

Koude handen, warme liefde

Als je koude handen hebt, ben je juist goed en eerlijk in de liefde.

Men legt geen banden met lege handen

Men moet iets geven om een anderen aan zich te binden.

Met de hoed in de hand komt men door het ganse/hele land

Als je je beleefd opstelt, dan valt dat overal goed.

Smoelwerk is geen handwerk

Babbeltjes zijn nog geen daden.

Veel handen maken licht werk

Als je samen de schouders onder het werk zet, is het werk gemakkelijk te doen.

Zonder hand kun je geen vuist maken

Wie niet over de middelen beschikt krijgt het werk ook niet gedaan.

© Copyright 1996-2026