Direct naar de inhoud

Spreekwoorden over dag

A B D E F G H I J K L M N O P R S T U V W Z

Als de dagen lengen, gaan de nachten strengen

De koudste dagen van het jaren vallen net na het hartje van de winter, in januari en februari.

De avond prijst de dag

Aan het begin van de dag valt de afloop van de dag nog niet te voorspellen, pas in de avond wordt/is de afloop duidelijk.

De dag van morgen kent zijn eigen zorgen

Aan de huidige problemen heeft men al genoeg, men moet niet te veel aan problemen die (eventueel) nog komen gaan denken.

De langste dag heeft ook geen avond

Aan alle leuke dingen komt een einde.

Een appel per dag houdt de dokter weg

Als je elke dag een appel eet, blijf je gezond.

Een dag niet gelachen, is een dag niet geleefd

Het is heel gezond om te lachen.

Een gast en een vis blijven maar drie dagen fris

Als gast is het fatsoenlijk om niet te lang te blijven overnachten bij iemand.

Elke dag heeft genoeg aan zijn eigen kwaad

De problemen van deze dag zijn al groot genoeg, het is daarom niet zinvol om nu al naar zorgen van of in de toekomst te kijken.

Er is geen dag zo kwaad, of de zon schijnt vroeg of laat

Al zijn de problemen nog zo groot, vroeg of laat komt er weer een verbetering.

Geen dag zonder nacht

Niet is helemaal volmaakt.

Het is niet alle dagen feest

Het leven bestaat niet alleen maar uit lol, werken moet ook nog.

Het is niet alle dagen kermis

Het is niet elke dag een feest, men zal ook moeten werken.

Het kan niet altijd zondag zijn

Het is niet altijd feest.

Hoe later op de dag, hoe schoner het volk

De meeste belangrijke gasten komen als laatste in de avond.

Je moet de dag niet prijzen voor het avond is

Je moet niet te vroeg juichen, iets kan namelijk nog verkeerd aflopen.

Keulen en Aken zijn niet op één dag gebouwd

Om iets neer te zetten, heb je vaak een lange tijd nodig.

Morgen is er weer een dag

Als iets niet af is, kun je er morgen weer mee verder gaan.

© Copyright 1996-2026