Sinterklaasgedicht: ‘De stoomboot had vertraging’
De stoomboot had vertraging,
de pakjes stonden in de rij.
Maar dit cadeautje glipte voor:
speciaal voor jou — dus wees maar blij!
Vind je dit gedicht mooi? Geef het een hartje.
Past hierbij — meer sinterklaas
Tijdens de ooh zo koude winterdagen
zit de Sint vaak in Nederland op het dak
Hij kleedt zich warm en laat de kou niet knagen
ter voorkoming van veel ongemak
Sint wil geen koude handen
geen koude oren of een koude neus
Dus onder de rode tabberd is thermo zijn keus
Ook zijn beide oude voeten diep onder zijn rokken
En worden goed verwarmd met fraaie wollen sokken
Voor jou ben ik naar warme sokken op zoek gegaan
Sinterklaas weet dat ze je zeker goed zullen staan
Sinterklaas is weer op zijn jaarlijks bezoek.
Dit betekent o.a. spannende verhalen uit zijn 'grote boek',
maar ook op een andere manier mogen gaan dichten,
zoals b.v. een oud gezegde "zonder z'n hemd op te lichten".
Surprises maken voor iedereen,
alleen wordt het wel elk jaar gekker, waar moet dit toch heen?
Kan het niet gewoon gezellig blijven bij iets kleins?
iets nuttigs, fleurigs, heel normaal iets fijns?
Nee tegenwoordig moet het allemaal maar groter en duurder,
Status schijnt belangrijker te zijn, liever koper dan huurder.
Bij praktisch elk gebeuren komt dit luxe probleem om de hoek,
je hoort 't bijna bij elk gesprek, bij elk bezoek.
't Is niet meer als vroeger, gewoon een pakjesavond en zingen,
voor Sint en Pieterbazen, hooi voor 't paard en dat soort dingen.
Zelfs Kerst zit hen al in de weg!
Nou bij ons dus mooi niet hoor, kom op nou zeg!
Wij proberen net te doen als in vroegere tijden,
op een leuke, gekke manier een ieder te 'verblijden'!
— Ria Overwater
Dan denk ik aan 't konijntje, dat ik zag Als kind vóór Sint Niklaas achter het glas Van dure speelgoedwinkel. O! dat was Zo'n prachtig beestje, grijs en wit; het lag
Gezellig in zijn mandje in mooi-groen gras; En als 'k van school kwam, bleef ik iedre dag Staan kijken, bang, dat 't weg zou zijn. En, ach! Eens was het weg: en toen begreep ik pas,
Dat ik toch heimlijk steeds was blijven hopen, dat ik 't zou krijgen. Thuis heb 'k niet gepraat Over 't konijntje, maar 'k wou niet meer lopen,
Omdat 'k dan huilde, aan die kant van de straat. Nu zou 'k me zo'n konijntje kunnen kopen, Maar ik word zelf al grijs. Want alles komt te laat.
— Johan Andreas Dèr Mouw (geboren in 1863, overleden in 1919)