Direct naar de inhoud

Sinterklaasgedicht: β€˜Sinterklaas’

sinterklaas,
en pieterbaas.
heb ik nooit gekend,
ben niet eens verwend.
maar daar wil ik nu niet aan denken,
alleen aan mijn kinderen hun geschenken.
ik word dan weer kind,
en schrijf samen met hen naar de sint.
ik speel mee met het speelgoed,
en snoep mee van hun snoepgoed.
en als ik naar die voldane gezichtjes kijk,
heb ik zeker geen spijt.
omdat ik het gemist heb in mijn leven,
en hen zoveel vreugde kan geven.

— Linda Vangheluwe

Gevoelig

Meer sinterklaas gedichten

De zak met pakjes

Sommige mensen hebben alles al
en dat is ook bij jou het geval
Sinterklaas is weer in het land
en dat verstevigd de vriendschapsband

als dit cadeau op papier wordt ontdaan
zul je verder blij door het leven gaan
wie had dat ooit verwacht
Sint heeft voor jou iets aardigs bedacht

je krijgt nu wel dit lekkere ding
en voor de Sint was dat niet gering
alle kinderen groot en klein
hebben met zo'n chocoladeletter erg veel gein

de zak met pakjes is bijna weer leeg
sint hoopt dat ieder het zijne kreeg
kijk, nu maar wat hierin zit
de inhoud maakt je vast wel weer fit

Bekijk

Een speciaal pakje

Ook op deze pakjesavond
is er een cadeau voor jou
Sint geeft jou het allerbeste
voor je moed, beleid en trouw
jij geeft altijd aan een ander
je geeft alles wat je kunt
daarom is dit speciale pakje
jou ook zeker echt gegund.

Bekijk

Langzaam kwam de pakjesboot aan

Langzaam kwam de pakjesboot aan.
Sint zag jou op de kade staan.
Je was aan het zwaaien en zong een lied.
We hoorden je roepen: "Hallo Sint en Piet!"
Sint was blij dat hij jou zag.
En Piet begroette jou met een lach.
Heeft Sint iets voor jou meegebracht
Jazeker, het is een hele vracht!
Alles ligt klaar op de pakjesschuit.
Pak het straks maar allemaal uit!

Bekijk

Pakjesavond

Dan denk ik aan 't konijntje, dat ik zag
Als kind vΓ³Γ³r Sint Niklaas achter het glas
Van dure speelgoedwinkel. O! dat was
Zo'n prachtig beestje, grijs en wit; het lag

Gezellig in zijn mandje in mooi-groen gras;
En als 'k van school kwam, bleef ik iedre dag
Staan kijken, bang, dat 't weg zou zijn. En, ach!
Eens was het weg: en toen begreep ik pas,

Dat ik toch heimlijk steeds was blijven hopen,
dat ik 't zou krijgen. Thuis heb 'k niet gepraat
Over 't konijntje, maar 'k wou niet meer lopen,

Omdat 'k dan huilde, aan die kant van de straat.
Nu zou 'k me zo'n konijntje kunnen kopen,
Maar ik word zelf al grijs. Want alles komt te laat.

— Johan Andreas DΓ¨r Mouw (geboren in 1863, overleden in 1919)

Bekijk